Home
Nieuws
Nijmegen
Nijmegen Heyendaal
Mook - Molenhoek
Cuijk
Kruispunt Beugen
Boxmeer
Vierlingsbeek
Venray
Meerlo - Tienray
Lottum
Blerick
Venlo
Zuidelijke Maaslijn Algemeen
Tegelen
Belfeld
Reuver
Swalmen
 
Toekomst Maaslijn
Materieel Maaslijn(nieuw)
Historie Maaslijn
Werkzaamheden
Video's
Spoormonumenten
Venlo - Mönchen- gladbach
Venlo: Trade Port
Nijmegen - Kleve
Contact
Links
Disclaimer
 
Lottum en het spoor: het station, de wachterswoningen en hun bewoners
Alhoewel station Lottum lang geleden werd gesloten en afgebroken, is station Lottum in de herinnering gebleven als een van de 'mysterieuze stations' langs de Maaslijn, net zoals Kruispunt Beugen en Meerlo-Tienray.
De heer F. Gommans uit Lottum verzamelde duizenden foto's uit zijn woonplaats, afkomstig uit prive-fotoboeken. Deze foto's worden gepubliceerd in boekvorm. Het tweede boek 'Historisch Lottum in beeld' werd tijdens het Rozenfestival 2010 gepresenteerd. De opbrengst gaat naar het behoud van de Houthuizer Molen. De heer Gommans bood aan om 'spoorse' foto's uit Lottum aan maaslijn.net beschikbaar te stellen. Daarvoor dank!
foto Aanleg van het spoor en de jaren tot 1900
Voor de aanleg van het spoor en het bouwen van stationsgebouw en wachterswoningen kwamen in 1882 / 1883 spoorarbeiders en metselaars naar Lottum, die als kostganger een plek vonden in lokale herbergen, zoals café Hueben (nabij station) en café Schraven (nu: Résidence La Vie en Rose). Een groep van 10-15 man verbleef in Lottum zo lang de bouw duurde. 'S avonds of in de weekeinden naar huis gaan dat was er niet bij; een plaats als bijv. Eindhoven lag 'aan de andere kant van de wereld'. Een enkele arbeider vond in Lottum 'een lief' en hun nazaten wonen nog er nog steeds.
Tijdens de bouw was niet alles pais en vree. De opzichter van het in aanbouw zijnde station werd door vijf mannen met stokken mishandeld en liep ernstige verwondingen op. Het vijftal werd later door de marechaussee vastgenomen

In 1883 reden er vijf treinen per dag naar zowel Venlo als Nijmegen: twee 's morgens, twee 's middags en één 's avonds.

In 1892 reed tussen Venlo en Nijmegen een 'sneltrein voor kleinere plaatsen'. Die stopte overal, behalve op de grotere stations als Oostrum (Venray), Boxmeer en Cuijk. Indertijd was men voor vervoer sterk aangewezen op postkoets en bootverbindingen, en er reden maar enkele treinen per dag! Het is daarom geen wonder dat de regionale bestuurders bij de minister klaagden over deze 'sneltrein voor kleinere plaatsen' want "De handelswereld ondervindt van deze excentriciteit de grootste moeilijkheid".


Koninklijke doortocht per trein
In mei 1895 passeerde de koninlijke trein met daarin Koningin - Regentes Emma en Koningin Wilhelmina. Zij waren onderweg naar Maastricht.
De doorkomst van de trein ging in Lottum niet onopgemerkt voorbij. Op het perron verzamelden zich de burgemeester, de voltallige gemeenteraad en alle schoolkinderen. Toen de trein naderde hief de harmonie het Wilhelmus aan. "Met matige snelheid gingen Neerlands dierbare Majesteiten voorbij, terwijl de vroolijke jeugd met hare zakdoeken wuifde en een overluid 'hoera' deed horen".
Het volgende youtube-filmpje toont hoe belangrijk de doorkomst van een koninklijke trein vroeger was. Het speelt zich weliswaar af in Uithoorn en jaren later (1938), maar het geeft een indruk! Dat fimpje is hier.
foto
foto
foto Station Lottum werd gebouwd in dezelfde stijl als de overige stations langs 'De heilige lijn'. Duidelijk herkenbaar zijn de trapgevels, typerend voor dit type station. Ook het motief uit grijze dakpannen (tussen de steenrode) is goed te zien. De andere stations langs de noordelijke Maaslijn hadden eveneens een dergelijk dakmotief.

Lottum was qua grootte vergelijkbaar met de gebouwen te Venray en Boxmeer. De reden waarom Lottum een grotere maat station kreeg is niet duidelijk. Maar het is wel opvallend, want zeker ten tijde van de bouw lag het station in een geheel verlaten omgeving.
De wachtkamers van Lottum waren voorzien van eikenhouten lambrizering. Die zijn gebleven tot de sloop in 1973.


De eerste stationschef van Lottum plantte een wingerd tegen de westgevel. Deze wingerd beschermde het gebouw tegen doorslaande regen. Doorsland vocht zorgde voor aanpassing van de dakconstructie bij de andere Maaslijn-stations. Rond 1900 kwam daar een overhangend dak en de trapgevel werd afgebroken. Maar niet te Lottum.
foto
foto

Station Lottum werd in 1883 geopend als station Grubbenvorst-Lottum. Twee kilometer verderop lag de halte Grubbenvorst-Klooster. Die halte was met name bedoeld voor de zusters Ursulinen en voor de familieleden van de meisjes die in het pensionaat van de zusters waren ondergebracht. Maar de stationsnamen leidden vanaf het begin tot verwarring bij de postbestelling. Wat was het geval:
Tot de komst van het spoor moesten brieven naar het postkantoor in Venlo worden gebracht en werden ook vanuit Venlo bezorgd. Door de komst van de trein opende nu een postkantoor in het Lottumse station.
Doch post en kranten kwamen niet aan, of soms met grote vertraging. Die verwarring zal een reden zijn geweest waarom in 1920 de namen werden gewijzigd in Lottum en Grubbenvorst.

Op de enkelsporige Maaslijn moest om de zoveel kilometer een plaats zijn waar treinen elkaar konden passeren, en waar de seinen bediend konden worden. Het lokale reizigersvervoer heeft bij de locatiekeuze van stations slechts een zeer geringe rol gespeeld, anders zou men station Lottum geen 3 a 4 kilometer (via de weg) buiten de bebouwde kom hebben gebouwd. Dit gebeurde o.a. te Oostrum (Venray) en Vierlingsbeek op dezelfde manier.

Het reizigersvervoer stelde te Lottum niet veel voor. Als men bijv. naar Venlo moest, dan nam men de stoomboot. Daar was grote vraag naar, want in 1891 begonnen twee firma's op marktdagen etc met extra stoombootdiensten Maashees - Venlo. Geen wonder, want de aanlegsteigers waren in menig Maasdorp dichterbij dan de stations.
Ook de halte van de Maas Buurt Spoorweg (Nijmegen - Gennep - Venlo; opening in 1913) aan de overkant van de Maas was dichterbij dan het eigen station. De MBS-halte lag op plm 1 km van Lottum, terwijl het eigen NS-station stukken verder lag.

De eerste Lottumse stationschef was de heer P. Asselberghs (1883 - 1914). De familie woonde in de dienstwoning op de eerste verdieping. Hij was de grootvader van de latere directrice van het Spoorwegmuseum; mevr. Marie-Anne Asselberghs.
In de jaren '20 was L. Tander stationschef te Lottum; in de jaren 30 C.H. Theunissen. Eind jaren '40 zwaaide E. Klijzing de scepter over het station. De laatste stationschef hield het vol tot 1964; dit was de heer Paar. Een langdienende NS-medewerker was de heer van Gend (plm 1940 - 1961). De laatste officiële bewoner van het gebouw was de laatste blokwachter van de voormalige post aan de Vierpaardjes te Venlo.
De chef van halte Grubbenvorst was de heer van Rummelen (1886 - plm 1910).

In 1916 behaalde Lottum de hoogste prijs in de ANWB-wedstrijd 'Het mooiste station van Nederland'. In de categorie 'Versiering aangebracht door den chef met eigen personeel' won Lottum het 'diploma 1e klas met zilveren medaille'. De wedstrijd gold voor heel Nederland, maar veel van de andere prijzen werden ook gewonnen door Maaslijn-stations zoals Mook, Venray, Meerlo, Grubbenvorst en Reuver.

Ten noorden van het stationsgebouw, parallel aan het spoor, hadden Lottumse kwekers een siertuin aangelegd, waarschijnlijk om met trots hun kunnen te laten zien aan de reizigers in de voorbij rijdende treinen.

Bediening van station Lottum
Niet alleen het gebouw was afwijkend van andere stations langs de Maaslijn. Dat gold ook voor de sein- en wisselbediening.
Op alle stations was de treindienstleiding (Post T) in het stationsgebouw gevestigd, van waaruit de noordelijke seinen en wissels werden bediend. De zuidelijke wissels werden bediend vanuit de wachtpost aan de zuidzijde van het emplacement (Post I). Te Lottum werd echter alles bediend vanuit het station (Post T). Na 1948 werd ook de overwegbediening ten noorden en zuiden van het station gecentraliseerd in het hoofdgebouw, waardoor wachtposten 60 en 61 hun spoorfunctie verloren.
De wissels waren te Lottum aan beide zijden van het emplacement voorzien van seinen en seinlichten. Dat was niet overal zo langs de Maaslijn.
75 Meter voor het inrijsein stond een voorsein, zodat de machinist alvast wist wat er komen zou.
De layout van het Lottumse emplacement was in grote lijnen vergelijkbaar met de emplacementen van de andere stations. Drie sporen waar treinen konden kruisen of passeren en een doorgaand spoor langs de losplaats. Afwijkend was dat in Lottum zowel aan de noord- als aan de zuidzijde één kopspoortje lag, terwijl de meeste andere stations aan een kant twee kopsporen hadden. Het hoofdspoor - het doorgaande spoor - was te Lottum spoor 2 en dat is nog steeds zo.

Ongelukken
In de jaren '30 werd Lottum veel gebruikt als kruissingsstation voor snel-, goederen- en lokaaltreinen. Het aantal ongelukken in de jaren '30 in Lottum is opvallend.

November 1930:
Een stoptrein uit richting Nijmegen botste frontaal op een stilstaande goederentrein. Er ontstond aanzienlijke schade. Oorzaak was een verkeerde wisselstand.
Op de dag van het ongeluk was de stationschef verhinderd. Hij had om een plaatsvervanger gevraagd bij zijn superieuren. Die oordeelden - tegen beter weten in - dat een spoorbeambte van het Lottumse station wel kon vervangen. De beoogde vervanger achtte zichzelf daartoe niet capabel, doordat hij het overzicht kwijt raakte als hij meerdere handelingen tegelijk moest verrichten. Maar opdracht was opdracht en hij deed was hem was opgedragen. Maar toen de wissel omgelegd moest worden, verloor hij het overzicht inderdaad.
De zaak kwam voor bij de Roermondse rechtbank. De rechtbank vond dat de NS-superieuren terecht hadden moeten staan in plaats van de persoon in kwestie. Die kwam er uiteindelijk af met inhouding van drie dagen loon en een geldboete van tien gulden..

In december 1932
ontspoorde op station Lottum de laatste wagen van een goederentrein, afkomstig uit noordelijke richting. De wagen kantelde en versperde twee sporen. Oorzaak was een verkeerde wisselstand.

In november 1934
botsten twee treinen frontaal op elkaar. Uit Venlo was een goederentrein binnengereden op spoor 1 en stond stil. Door een verkeerde wisselstand kwam de uit Nijmegen afkomstige personentrein 2047 ook binnen op spoor 1, waardoor een frontale botsing volgde. Door de lage snelheid ontspoorden beide treinen niet, maar de locomotief van de goederentrein werd wel vernield. In de personentrein raakten de postbeamte en de hoofdconducteur gewond. De reizigers van de personentrein konden overstappen in de sneltrein, die 20 minuten later Lottum passeerde.

2 November 1937
: Op spoor 1 stond een goederentrein uit noordelijke richting te wachten op kruising met een goederentrein uit zuidelijke richting. De noordelijke trein was niet ver genoeg doorgereden, zodat de laatste wagen bij de wissel binnen de profielruimte van de zuidelijke trein stond. Een flankbotsing volgde, waardoor van de eerste trein de conducteurswagen en twee goederenwagens ontspoorden. De locomotief van de trein uit zuidelijke richting werd buiten dienst gesteld. De treinleider van de noordelijke trein had net de conducteurswagen verlaten, waardoor zich geen persoonlijke ongelukken voordeden.

23 November 1937: In zware mist reed de sneltrein Amsterdam - Maastricht door een onveilig sein te Lottum. De machinist zag het sein pas toen hij er vlakbij was en bracht de trein direct tot stilstand.
De sneltrein moest in Lottum kruisen met de personentrein Venlo - Nijmegen. De machinist wist dit en zette zijn sneltrein achteruit. Maar bij het passeren van het onveilige sein was hij over een wissel gereden dat al klaar lag voor de personentrein uit Venlo. Daardoor ontspoorde de laatste wagen van de sneltrein.
De personentrein uit Venlo werd gewaarschuwd, zodat deze tijdig stopte. Vervolgens kwam uit Venlo de ongevallentrein om de sneltrein te hersporen. Na enkele uren werd het baanvak weer vrijgegeven voor verkeer.

Bedevaartstreinen
Het spoor tussen Venlo en Nijmegen werd vroeger 'De heilige lijn' genoemd. Niet verwonderlijk met zoveel kloosters en bedevaartsplaatsen die langs het spoor lagen. Pelgrimstochten naar Klein-Lourdes in Tienray, een bedevaart naar st. Jozef in Smakt of een reis naar de Limburgsche Katholiekendag te Roermond zorgden tussen Nijmegen en Venlo op feest- en hoogtijdagen voor extra pelgrimstreinen, die ook te Lottum stopten. De eerste bedevaartstrein reed al in 1886; het zwaartepunt lag in de jaren '20 en '30. De patroonheiligen hadden allemaal hun eigen datum waardoor die extra pelgrimstreinen met regelmaat voorkwamen. Na de oorlog ging het snel bergafwaarts met deze extra treinen.

foto
foto
foto
foto
foto
foto
foto
foto foto
foto
foto
foto 
foto
foto Uniek in Nederland: zusters hadden een eigen wachtkamer
Toen de halte Grubbenvorst werd opgeheven (1935), bedongen de Ursuline zusters bij de NS een eigen wachtkamer in het station van Lottum. Voor zover bekend was dit het enige Nederlandse station waar dit voorkwam.
Ook de Graaf van Kasteel Arcen maakte daar gebruik van nadat hij per koets naar het station was gebracht.

In mei 1936 werd de streek geteisterd door een hevig noodweer. Grote schade aan gewassen, electriciteits- en telefoonleidingen (want: op palen bovengronds) waren het gevolg. Te Lottum kwam het gehele stationsemplacement blank te staan.

In 1938 moest de NS door de economische crisis bezuinigen. Oa Lottum en Meerlo-Tienray werden gesloten als reizigersstation. Wat overbleef te Lottum was de losplaats en het bedienen van de seinen, wissels en overwegen.

De losplaats
De bloeitijd van de losplaats lag in de jaren '20 en '30. De boeren regelden inkoop en vervoer via coöperaties, die op hun beurt de aan- en afvoer per spoor organiseerden.
Op de losplaats stonden twee loodsen; een grotere (aardappelen, graan) en een kleinere (de 'kunstmestloods'). De loodsen stonden ten zuidwesten van het stationsgebouw, aan de westzijde van het spoor. Zij werden beheerd door de Boerenbond.
De vloeren van de loodsen waren op gelijke hoogte met de deuren van de goederenwagens.
Een aparte stukgoederenloods heeft te Lottum niet gestaan; deze goederen werden bewaard in de bijgebouwen van het stationsgebouw.
Aangevoerd werden briketten en steenkool voor de Boerenbond en voor de fa. Seuren - later fa. van den Berg. Beide handelden in steenkool. Bij het lossen van de briketten was het zaak om een wagon van 15 ton in twee uur te lossen omdat de lege wagens met de eerstvolgende kerende trein terug moesten.
Voor het plaatselijkse rangeerwerk was op andere stations (semi-)permanent een kleine locomotor ('sik') gestationneerd. In Lottum was dit niet het geval. Met een koevoet werden de deuren van wagens exact tegenover de deuren van de loods geduwd. Dat was geen licht werk, zeker niet als er drie wagens aan elkaar waren gekoppeld.
Aangevoerd werd ook kalizout (kunstmest). Dat kon een dag per week door de boeren worden opgehaald.
De lokale boomkwekers brachten met paard en wagen de bomen naar de losplaats, waar de bomen werden overgeladen in klaarstaande goederenwagens. Ook mijnhout uit de omliggende bossen werd via de losplaats afgevoerd. Als de wagens waren beladen dan werden zij aan een lokale goederentrein gekoppeld ('buurtsuper'). Te Venlo/Blerick werden de wagens omgerangeerd om zo in de juiste doorgaande treinen te komen.
De aan/afvoer volgde de seizoenen: kali/kunstmest in voor- en najaar, granen en aardappels in aug/sept, steenkool in de winter, etc.
Ook de Lottumse landbouwmachinefabriek Thilot maakte volop gebruik van de losplaats. Vaten wijn voor café 'Den Hook' werden per spoor werden aangevoerd.

Eind jaren '40 kwam met rasse schreden een einde aan het intensief gebruik van de losplaats door opkomst van de vrachtwagen. De afvoer van mijnhout is het laatste dat nog een tijd op de losplaats doorliep.

De oorlog
Rond de spoorwegsstaking (1944) doken de Lottumse NS-medewerkers onder. Een van hen dook onder op een nabijgelegen boerderij.
In 1944 bliezen de Duitsers op hun terugtocht de Maaslijn op tussen +/- Meerlo-Tienray en Blerick (zie pagina over de oorlog). De oprukkende Britten schoven de restanten van het spoor aan de kant en maakten er een aanvoerroute van voor zwaar oorlogsmaterieel (zie foto).
De Britten gebruikten in '44 station Lottum als uitkijkpost omdat het gebouw een van de hoogste in de omgeving was. De in de balken ingekerfde schuttingwoorden herinnerden daaraan tot het gebouw werd afgebroken.
In de jaren '50 werd station Lottum sporadisch gebruikt voor pelgrimstreinen naar 'de Stille Omgang' te Amsterdam.

Jaren '50 door de ogen van kinderen

Gesprekken met kinderen van de toenmalige Lottumse NS-medewerkers geven enig inzicht in wat er op het station zo al gebeurde.
Op het station werkten de heer van Gend en de heer Paar. Veel was er niet te doen naast de wissel-, sein- en overwegbediening. De kinderen mochten helpen bij het sluiten van de overwegen, wat zeker geen licht werk was.
Op de losplaats werden sporadisch nog enkele wagens mijnhout beladen; dus dat bracht niet veel leven in de ambtelijke brouwerij. Voor verzending aangeboden pakketten werden opgeslagen in de voormalige wachtruimte, die verder leeg stond. De pakketen werden meegegeven met de personentrein, die voor het stukgoed een speciale stop maakte te Lottum. Als dit al gebeurde, dan lag de frequentie niet hoger dan een keer per dag.
Verder werd geschreven (formulieren e.d.) en via de telegraaf gecommuniceerd met o.a. Venlo. Eind jaren '50 werd een TV in het stationskantoor geplaatst om vooral niets te missen van het wereldkampioenschap voetballen. Vooral de wedstrijd Brazilie - Zweden is in herinnering gebleven. Dat kon allemaal gewoon tijdens de dienst.


De laatse jaren van het stationsgebouw

In 1961 werden op de Maaslijn geautomatiseerde seinen en overwegen ingevoerd (CVL). Net zoals op andere Maaslijn-stations kwamen in Lottum daardoor enkele arbeidsplaatsen te vervallen voor de lokale sein- en overwegbediening. Ook waren er minder baanwerkers nodig doordat de wisselverwarming nu door een druk op de knop kon worden ontstoken voor de gehele lijn.
De enige overgebleven activiteit op de losplaats verdween doordat minder mijnhout nodig was in de Limburgse kolenmijnen. Daarom werd op 1 mei 1970 de losplaats opgeheven. Het stationsgebouw verloor daarmee zijn laatste spoorfunctie en kwam leeg te staan.
Het gebouw werd begin jaren '70 gekraakt. De Rijkspolitie en de Lottumse brandweer maakten daaraan een einde. Kort daarop is het gebouw in 1973 afgebroken.
foto 
foto
foto
foto
foto 
foto
foto
foto
foto De Lottumse wachtposten ('spoorhuisjes') en hun bewoners
Langs het spoor te Lottum waren vier wachtposten:
58: (km: 66,7) Overweg Horsterdijk (weg Lottum - Horst); oostzijde
59: (km 67,7) Overweg in bos (opgeheven); oostzijde
60: (km 68,4) Overweg Laagheide / Stationsweg; oostz.
61: (km 69,2) Overweg (opgeheven) Kaldenbroek / Stationsweg; westzijde

In de vroege jaren zorgden de wachters voor het sluiten van de overwegen. In de tuin stond een 2 m. hoge bel. Bij nadering van een trein slingerde een wachter in het station aan de handel van een dynamo en stuurde een stroom via de telegraafpalen naar de bel. Die begon te luiden, waardoor de wachter wist dat er een trein aan kwam.
Vanaf plm 1948 werden de overwegen bij post 60 en 61 echter bediend vanaf het stationsgebouw. In de Spoorwegwet was vastgelegd dat het spoor dagelijks geinspecteerd ('geschouwd') moest worden voor de eerste trein voorbij kwam. Iedere wachter moest drie maal per dag plm 1 km spoor schouwen. Ook was in de Wet vastgelegd dat overwegen beveiligd moesten zijn; dat verklaart de plaats van ieder van deze woningen.
De wachtposten waren van een standaard ontwerp. Achter de woonkamer bevond zich een opkamer, in de aanbouw was een kookgelegenheid (het woord 'keuken' doet te veel aan moderne maatstaven denken!). Op de eerste verdieping bevond zich een slaapkamer. Een badkamer was er niet; men waste zich in een zinken teil in de aanbouw.

Bij iedere post lieten de spoorwegen in 1907 - plm 25 jaar na de bouw! - een bakoven bouwen, evenals een waterput.
Die bakoven stond naast de woning, en daarin werd het brood gebakken.
Voor melk had men een geit; de vrouwen hielden een moestuin bij om het gezin te voeden. Op 'het gemeen' had men een paar schapen lopen. Niet uit liefhebberij, maar om te kunnen leven. Want van het schamele NS-loon alléén konden de gezinnen niet leven. In sommige wachtersgezinnen gingen de oudste kinderen al vrij vroeg ook bij het spoor werken. Het loon werd grotendeels afgestaan aan de ouders en een deel werd gespaard 'voor later' (uitzet, bezoek aan de lokale kermis, etc).

Veel wachtposten lagen zeer afgelegen. Het leven moet eenzaam zijn geweest door de lange diensten (twaalf uur per dag, zes a zeven dagen per week) als wachter(es) en door het verbod de post te verlaten tijdens de dienst. Naast een grote eigen kinderschaar, groetende machinisten van de passerende treinen en voor gesloten bomen wachtende mensen, was er weinig gelegenheid voor sociaal contact - tenzij men het geluk had te wonen in een post die centraler lag.

Gezinnen met 12-14 kinderen waren geen uitzondering. Vanuit de huidige tijd is het misschien ondenkbaar, maar het was niets bijzonders als vier kinderen op een kleine slaapkamer sliepen. Eten deed men 'uit de pot'. Een eettafel waaraan ieder een eigen plaats had, was niet weggelegd voor arbeidersgezinnen.
Uit post 58 (Horsterdijk) is een aardige anecdote bekend. Marie (wachteres) zat 's winters altijd met de voeten (bijna) in de haard en niet alleen door de kou, maar ook omdat de woning zo klein was.

De laatste bewoners van de woningen waren:
Post 58: Fam. Brüncken
Post 59: Fam. Verbong - Deenen
Post 60: Fam. Mulder
Post 61: Sraar en Fien Hoeijmakers–Basten.

Sloop van de wachterswoningen
Alle wachtposten langs de Maaslijn waren gebouwd tijdens de aanleg van het spoor (1883). Door steeds verdergaande mechanisatie of door het opheffen van overwegen verloren ze allemaal hun spoorfunctie; de een vroeger dan de ander.

Van de Lottumse wachtposten werd als eerste post 59 gesloopt begin jaren '30. Post 58 (Horsterdijk) verdween eind jaren '50, evenals Post 61 (Kaldenbroek). Als laatste ging post 60 (Stationsweg) onder de slopershamer. Dit was begin jaren '70.



BRONNEN:
- F. Gommans, Lottum
- J. Hendrix, streekhistoricus
- Inwoners en oud-inwoners van Lottum
- Peel- en Maasbode; div. uitgaven
- Venlosche Courant
- Archief Gemeente Roermond
- De Roermondenaar
- Maas- en Roerbode
- De nieuwe Koerier
    
foto foto
foto
foto
foto
foto
foto
foto
foto
foto
foto
foto
   
© Rob Jansen 2010 op dit artikel rust copyright