 |
Het stationsgebouw van Boxmeer is een erkend Rijksmonument. Zoals alle oorspronkelijke stations langs de Maaslijn is dit gebouw ontworpen door architect M.A. van Wadenoyen. Ze zijn opgetrokken in rode baksteen, en gebouwd in de zgn. neo-renaissance-stijl. Onderdeel van die stijl waren de trapgevels.
Rond 1900 kwamen in de stationsgebouwen klachten over vochtigheid en doorslaande regen. Om verbetering te brengen in de vochthuishouding werden daarom de trapgevels afgebroken en werden overstekende daken gemaakt.
De muren die op het zuiden en westen lagen (veelal de perronzijde) werden bepleisterd en geschilderd. De naar binnendraaiende ramen werden vervangen door naar buiten draaiende ramen. Alleen station Lottum heeft tot aan de afbraak deze trapgevels behouden (meer: zie station Lottum)
Boxmeer is en zogenaamd 'klasse 5-station', met twee wachtkamers en enkele dienstruimten. Het gebouw te Venray was van dezelfde grootte.
Het loket in Boxmeer werd in 2004 gesloten. Er werd een kiosk geopend in een van de wachtruimtes. Een meer historisch deel van de wachtruimte is niet voor publiek toegankelijk.
De oorspronkelijke dienstruimtes zijn in gebruik door Veolia.
Aan de zuidgevel van het station hangen twee herinneringsplaquettes voor in de oorlog omgekomen NS-medewerkers. Een daarvan heeft betrekking op Boxmeer. De andere komt van station Mill en is in 1960 overgebracht naar Boxmeer.
De Boxmeerse industrie en de losplaats
In 1916 kwam de Jos Lion Löwenberg Exportslachterij naar Boxmeer. Die groeide weldra uit tot de grootste vleeswarenfabriek die Nederland kende. De fabriek was de grootste werkgever van Boxmeer. De watertoren en de gebouwen van de fa Lion / Körver / Hendrix (veevoederfabriek) bepaalden tot in de jaren '70 de skyline van Boxmeer.
(NB dit is dezelfde firma die vanaf de jaren '70 graantreinen liet rijden naar het emplacement van Mook)
De slachtvarkens en -koeien voor de slachterij van Lion werden per spoor aangevoerd.
Lion beschikte daarvoor over eigen spoorwagens. Het emplacement werd vergroot met een extra spoor aan de westzijde van de losplaats. Dit spoor voerde in een boog langs de fabriek van de fa Lion. Aan dit spoor lag een extra zijspoor, dat naar de NV Baconindustrie leidde. Zie plattegrond (links) en overzichtsfoto.
Eind jaren '20 ging Lion failliet. De gebouwen werden toen gebruikt voor de productie van ijsstaven voor de Nijmeegse en Helmondse horeca.
Na de oorlog dienden de koelhuizen voor diepvriesopslag van vlees (hammen ed), die naar Italië werden verkocht. Het transport geschiedde met Interfrigo koelwagens. Deze wagens werden gekoeld met gas-ijs, waardoor het vlees na drie dagen bevroren op de plaats van bestemming aankwam.
Matrassenfabriek Norma was een van de andere verladers. Per spoor werden kunststoffen aangevoerd. Het product / de matrassen werden per spoor naar de buitenlandse klanten gebracht.
Al met al had het rangeerwerk te Boxmeer behoorlijke proporties. De aanwezigheid van een (semi-)permanente 'Sik' zegt genoeg. Die Sik rangeerde niet alleen te Boxmeer, maar haalde ook wagens op te Vierlingsbeek.
Kippentreinen
In de jaren '50 kwam pluimveeslachterij Friki
naar Boxmeer. De aanvoer van kippen, eenden, kuikens en kalkoenen geschiedde met vrachtwagens.
Per uur werden meer dan 1000 kippen verwerkt. Uiteindelijk had Friki zo'n 700 werknemers.
Een van de andere activiteiten van Friki was de verkoop van levende slachtkippen naar Milaan. Daartoe bezat Friki eigen kippenwagens. Iedere week vertrok er uit Boxmeer een Friki-kippentrein, die bestond uit drie tot zeven wagens.
Ook de Cuijkse firma HeCo en een derde firma belaadden te Boxmeer kippenwagens met levende slachtkippen, met eveneens Milaan als bestemming. Per wagen ging het om zo'n 4000 kippen. De kippen waren verpakt in kratten, die in lagen werden gestapeld. In de hoogtijdagen waren er 2 a 3 transporten per week.
Na het beladen van de wagens werden zij aan een passerende buurtgoederentrein gekoppeld. Na omrangeren te Blerick / Venlo verlieten de kippen het land. De kippentreinen hebben gereden tot de late jaren '60.
De wagens kwamen vaak beschadigd retour. Op rangeerterreinen in Italië zaagde men regelmatig de houten balken door, om op die manier kratten met kippen uit de wagens te stelen.
Geen van de Friki-wagens is bewaard gebleven. Maar de laatst overgebleven kippenwagen van de firma HeCo is wél bewaard. De wagen stond jarenlang op het asfalt van het fabrieksterrein en werd gebruikt als duiventil. In 2003 werd deze wagen geschonken aan de Museum Buurt Spoorweg te Haaksbergen. In 2010 werd de wagen gerestaureerd.
Sluiting losplaats
Het wagenvervoer van en naar de Boxmeerse losplaats daalde van 1493 wagens in 1966 naar 378 in 1971. Daarom sloot de losplaats in mei 1972. Laden en lossen werd voor Oost-Brabant geconcentreerd in Cuijk, waar het emplacement nog steeds rendabel was. De laatste gebruiker van de losplaats was de NC Oliecombinatie uit Venlo, die te Boxmeer Chevron-producten loste.
Boxmeer valt in de prijzen
NS was in de jaren '60 een volledig ander bedrijf dan vandaag de dag. In 1965 won het personeel van station Boxmeer de derde prijs in de landelijke wedstrijd stationsbeplanting. In juli kwam de directie hoogstpersoonlijk naar Boxmeer om met eigen ogen te zien hoe fraai de planten en bloemen op het stationsemplacement erbij stonden. Men knikte goedkeurend; dit was vakwerk!
De prijs was een oorkonde, die een ereplaatsje kreeg in de personeelsruimte van het station. En het Boxmeerse personeel kreeg gezamenlijk 75 gulden. In 1963 wonnen zij eerder al de eerste prijs in de 'netheidswedstrijd' van het NS-district.
Halte Beugen - Rijkevoort
Halte Beugen - Rijkevoort lag ten noorden van het huidige viaduct over de A73 bij km 38.9. Wie het initiatief nam tot oprichting van deze halte is niet bekend. Meestal waren het burgemeesters, plaatselijke notabelen of geestelijken die actie voerden om de trein bij hun eigen dorp te laten stoppen. Voor zo'n halte werden lokaal financiers gezocht, en met een buidel geld trok men vervolgens naar de Staatsspoorwegen.
Indertijd was men aangewezen op koetsverbindingen. Verharde wegen ontbraken in de regio bijna geheel. Agrarische producten werden met paard en wagen getransporteerd. Met een losplaats konden de boeren nu via cooperaties hun producten gaan afzetten in het hele land. Dat bracht welvaart. Bij de komst van een halte werd meestal de weg er naar toe verhard.
Beugen - Rijkevoort opende rond 1888, om enkele jaren later weer te sluiten. Dat kwam omdat de HSM toestemming kreeg om op de Maaslijn ( StaatsSpoor) te gaan rijden met snel- en goederentreinen (De SS reed de lokaaltreinen). De haltes zaten die HSM-sneltreinen in de weg.
In 1908 werd Beugen - Rijkevoort opnieuw geopend, maar nu met losplaats (voorheen alleen halte voor enkele reizigerstreinen). Stukgoed kon afgegeven worden, wat een verrijking was want voorheen moest men daarvoor naar station Oeffelt of Boxmeer, hetgeen een aardige afstand was. . De enige beperking van de losplaats was het laden/lossen van complete rijtuigen (koetsen, karren ed). Verder werden agrarische producten afgevoerd en kunstmest en steenkool aangevoerd.
Meestal stopten er twee (lokaal)treinen per dag per richting.
De halte bestond uit een eenvoudig grindperron, een wachthuisje, een wachtpost en een doodlopend zijspoor naar de losplaats. Die lag in het verlengde van de gebouwen, aan de oostkant van het spoor.
De wissel lag direct ten zuiden van de overweg. De sleutel van de wissel lag in het blokbeveiligingstoestel te Boxmeer. Werd er gerangeerd te Beugen-Rijkevoort, dan was de gehele seininrichting tussen Boxmeer en Kruispunt Beugen geblokkeerd zodat er geen andere trein in het blok kon komen. Dit systeem gold ook voor de andere haltes waar een losplaats was (dat was niet bij iedere halte het geval).
Sluiting van de halte Beugen - Rijkevoort
Het reizigersvervoer eindigde in 1933. Als reden gaf NS op het onvoldoende aantal reizigers en de drang tot versnelling van de treinen ivm de concurrentie van het autoverkeer. In de regio voerde men actie om de halte te behouden: "Vooral Rijkevoort betreurt de opheffing. De eenige verharde weg die we bezitten gaat naar de halte. Valt nu de halte weg dan dan moeten we de eenige harde verbinding die we hebben ook prijsgeven. NS ontneemt ons het weinige dat ze ons gelaten hebben om redenen die ze zelf veroorzaakt hebben" (slechte dienstregeling). Voor het dorp was de halte 'de eenige verbinding met den buitenwereld'. Het protest mocht niet baten; NS sloot de halte.
Stukgoederen moesten sindsdien meegegeven worden met de vrachtautodienst van de ATO, die de pakketten naar station Boxmeer bracht.
De laatste jaren van het bestaan was de halte alleen in gebruik als losplaats. Aannemelijk is dat er toen soortgelijke activiteit was als op de losplaats van de oude halte Sambeek (tussen Boxmeer en Vierlingsbeek). Op die losplaats bevond zich een aardappelhandel.
In 1940 werd het zijspoor opgebroken. Het haltegebouwtje en de nevenstaande wachterswoning werden afgebroken in de late jaren '60.
Wachterswoningen
Wachterswoningen te Boxmeer: zie hier.
BRONNEN:
zie hier (onderaan)
|