 |
Nijmegen: In de Spoorkuil staat de voormalige post van de Centrale Verkeers Leiding (bouwjaar: 1960). Van hieruit regelde de treindienstleiding het treinverkeer tussen Nijmegen en Blerick. Het gebouw ziet er vervallen uit, maar komt / staat op de gemeentelijke monumentenlijst van Nijmegen. (De exacte status is onduidelijk; zeker is echter dat het gebouw niet wordt afgebroken). |
 |
Nijmegen: Torens op het landhoofd van de spoorbrug over de Waal. Het landhoofd, dat is gebouwd in de vorm van een middeleeuwse stadspoort, diende oorspronkelijk ter bescherming en verdediging van de spoorbrug. Na de Tweede Wereldoorlog werd de beschadigde derde verdieping geheel gesloopt en de torentjes verwijderd. De torens zijn nu herbouwd aan de hand van de oorspronkelijke bouwtekeningen en historische foto's. |
 |
Nijmegen: Sikken 231 en de 327 staan tussen / achter het ICK-materieel. Zij zijn eigendom van de Gelderse Smalspoor Stichting.
Onbekend is wat de Stichting met de Sikken van plan is. |
 |
Het tweede stationsgebouw van Nijmegen staat nu in de Ooypolder, en staat op de gemeentelijke monumentenlijst.
De stationsgebouwen staan elders op deze site uitgebreid beschreven. Meer over de stationsgebouwen |
 |
Nijmegen: Monument bij de ingang van het Valkhof. De inscriptie luidt: "Eendracht maakt macht. Ter herinnering aan den bouw van den spoorweg Nijmegen - Cleve door Nijmeeg's burgerij. Geopend 8 augustus 1865."
In 1865 waren de burgers van Nijmegen zo blij met de spoorverbinding naar Kleve, dat men het stadsbestuur dit monument schonk. Maar in 1991 waren er zo weinig reizigers over, dat de treindienst werd gestaakt. Tegenwoordig kun je er wel met fietslorries overheen: het grootste deel van het traject ligt er nog. |
 |
Haps (gem. Cuijk): Aan de Kerkstraat staat een sein op de plek waar eens het NBDS-spoor liep. Het sein staat duidelijk binnen de profielvrije ruimte, waardoor iedere trein er zijn kop aan zou stoten. Ook heeft de 'mast' meer weg van een paal van de carnaval, dan van een seinmast. De rails is later herlegd. De herkomst van het sein is onbekend, alhoewel het zeker geen origineel sein uit Haps is.
Naast deze kanttekeningen is het natuurlijk een goede zaak dat er een tastbare herinnering is aan spoorverleden van Haps. |
 |
In Mill (NBDS-lijn) herinnert een monument aan de Slag bij Mill en de inval van de Duitse pantsertrein in 1940. Daarbij valt op dat de aspergeversterking (de stalen balken) precies 180 graden verkeerd om staan.
In de NPS-serie 'De oorlog' wordt de achtergrond van dit monument uiteengezet. |
 |
Gennep: Stoomlok 94 1640 als herinnering aan het roemrijke Gennepse spoorverleden. Het is één van de meest bekende spoormonumenten in de regio. Over de intocht van de loc in Gennep (1976) is een fimpje gemaakt. Dat is hier te zien.
De laatste meters reed de loc op het emplacement van Mook. Vanaf Mook werd de loc per dieplader naar Gennep gebracht. De loc (+transport etc) kostte indertijd 37.000 gulden. In de begindagen was er was enig protest tegen een Duitse loc, gezien het verleden. |
 |
Uden: Bij een aannemersbedrijf staan twee Sikken; de 217 en de 319. Deze Sikken staan direct bij de afrit van de A50 op een privé-terrein. Het zicht op de Sikken wordt ontnomen door een schutting van 2,5 meter hoogte. Op het buitenterrein is wel een stuk spoor met een wissel en een platte wagen te zien. 'Binnen' staat ook nog een wagen van de NBM.
Degene die exact wil weten waar: de Google Earth coördinaten zijn 51 40'15.09 'N en 5 35'50.23"O. |
 |
Het stationsgebouw Boxmeer staat op de Rijksmonumentenlijst.
De stationsgebouwen staan elders op deze site uitgebreid beschreven. Meer over de stationsgebouwen |
 |
Vlak bij station Vierlingsbeek is een sein in gebruik als tuinhek. De woning behoort een gepensioneerde NS-er. Bij zijn afscheid kreeg hij dit sein cadeau. Het is oorspronkelijk afkomstig van Amsterdam CS. |
 |
Twee wachterswoningen staan op de provinciale Limburgse monumentenlijst. Dat zijn post 64 bij Grubbenvorst en post 56 bij Melderslo. Beide stammen uit 1883 en zijn in privé-bezit.
De bouwwijze van de woningen is typisch voor de na 1860 veelal gestandaardiseerde architectuur van de spoorwegen, en kenmerkt zich door een eenvoudige hoofdvorm met een vooruitspringende partij, gericht op het goede zicht op de spoorlijn. Ook de segmentbogen en de geornamenteerde gevelankers zijn kenmerkend. |
 |
De functie en de achtergrond van de wachterswoningen langs de Maaslijn wordt uiteengezet in de DVD-documentaire. |
 |
Blerick: energieverzorgingswagen ' Black Beauty'. Deze verbouwde goederentreinconducteurswagen (Dg) heeft jarenlang bij de overweg Vierpaardjes te Venlo gestaan en diende voor het elektrisch voorverwarmen van rijtuigen. Indertijd was deze wagen grijs. Onbekend is waar de naam 'Black Beauty' vandaan komt.
In latere jaren verhuisde de wagen naar de Watergraafsmeer (Amsterdam), werd blauw geschilderd, en de naam veranderde in 'hot hopper'. De wagen wordt bewaard in de Wagenwerkplaats. |
 |
In Blerick staat het gebouwencomplex van de wagenmakerij op de nationale monumentenlijst als industrieel erfgoed (bouwjaar: 1889).
Voor de reparatie van de kolentreinen die van de Limburgse mijnen naar het Noorden reden, was een redelijk centrale werkplaats nodig.
Nadat eind jaren '60 de kolentreinen wegvielen, is een deel van de loods tot en met 1995 in gebruik gebleven als technisch steunpunt voor onderhoud aan de rangeerlocomotieven van het emplacement Venlo. |
 |
In dit gebouw wordt o.a. rollend materieel van het Spoorwegmuseum te Utrecht gestald. Ook de stichting Stibans heeft er een aantal exponaten gestald.
De wagenmakerij is niet voor publiek toegankelijk, en 'illegaal' bezoek is af te raden (Er zijn boetes bekend van 500 euro).
Hier is een korte documentaire over de wagenwerkplaats te zien |
 |
In Venlo staat bij het gebouw van Strukton aan de Kaldenkircherweg een sein, dat hoogst waarschijnlijk afkomstig is van het nabijgelegen emplacement. |
 |
In Tegelen werd in 1893 een smalspoornet aangelegd.
De laatste van deze 'kleitreintjes' reden tot de jaren '60. Overgebleven zijn enkele smalspoorviaducten in het buurtschap Egypte (als rijksmonumenten). Een van de twee Deutz-locomotiefjes staat tentoongesteld bij Kasteel Holtmühle (tegenwoordig Bilderberg Chateau Holtmühle). Ook in Swalmen staat een 'kleitreintje' als monument. Meer daarover in de stationsbeschrijvingen. |
 |
Het stationsgebouw van Reuver is in privé-bezit en is volledig opgeknapt.
De stationsgebouwen staan elders op deze site uitgebreid beschreven. Meer over de stationsgebouwen |
 |
Roermond: Lokomotievenloods, gebouwd door de Compagnie du Grand Central Belge (1879). Met uitzondering van het traject Roermond - Weert was de Grand Central Belge eigenaar van de Ijzeren Rijn (Antwerpen -
Mönchengladbach).
In de loods was plaats voor zes lokomotieven, en werd tegelijkertijd door zowel de StaatsSpoorwegen als de GCB gebruikt. Iedere maatschappij had in de loods een eigen gedeelte.
Op dit moment is de loods in gebruik als opslagruimte / werkplaats. De gemeente Roermond heeft de zeldzame lokomotievenloods op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst, waardoor het gebouw beschermd is tegen afbraak. Boven een van de ramen is aan de spoorzijde het woord 'Roermond' nog zichtbaar in oude beschrifting. |
 |
Roermond: Watertoren, van waaruit stoomlokomotieven van water werden voorzien. De toren is gebouwd in 1930. Het ontwerp is van Sybold van Ravensteyn, die oa ook het na-oorlogse station van Nijmegen ontwierp.
De toren is een erkend Rijksmonument. |