|
1931: Trein ramt lijnbus
Op 14 februari 1931 gebeurde het meest ernstige spoorwegongeluk op het spoor tussen Blerick en Nijmegen. Een bijna vergeten verhaal dat alleen nog bekend is bij de alleroudsten in de regio. Beeldmateriaal van het ongeluk is zeer schaars.
Een trein ramde een lijnbus op de overweg bij wachtpost 66, ter hoogte van de huidige vestiging van DSM aan de Grubbenvorsterweg te Blerick. De wachteres had de bomen niet gesloten. Toch werd voor de schuldvraag ook naar NS gekeken. Zij gingen niet vrijuit.
 |
Het ongeluk
13:00 uur: De lijnbus Venlo - Venray vertrok uit Venlo met achttien passagiers. Het waren bewoners uit de omliggende dorpen, die op de terugweg waren van de markt in Venlo.
13:03 uur: Trein 1730 vertrok uit Blerick naar Nijmegen. De trein was al aardig op snelheid toen hij op de overweg bij WP 66 op de lijnbus botste. De bomen van de overweg stonden open.
Ondanks krachtig remmen door de machinist werd de bus door de trein gegrepen en 150 meter meegesleurd. Vijf mensen kwamen om het leven, vijf raakten zwaar gewond en zes raakten licht gewond. Brokstukken van de versplinterde bus lagen over een groot terrein verspreid.
Het terrein werd al snel door militairen afgezet om honderden toegestroomde ramptoeristen op afstand te houden.
Ooggetuigen vertellen
“De machine nam de autobus op de buffers en droeg deze in volle vaart mede voor zich uit. Enkele inzittenden werden al spoedig uit de opengereten bus geslingerd, terwijl anderen tegen en om de machine bleven hangen ofwel tussen de overblijfselen van het voertuig beklemd raakten. De passagiers van de trein stapten gillend uit en liepen in het wilde rond”.
Een 26-jarige bakker uit Horst die met gebroken benen en een hoofdwond werd opgenomen in het ziekenhuis vertelde: “Ik stond voorin, achter de chauffeur. Ik zag, dat hij zijn hand naar links uitstak om zo een teken te geven dat hij de overweg wilde oversteken. Midden op de overweg aangekomen zag ik, hevig schrikkend, dat een locomotief op onze bus kwam aanstormen”
Een 14-jarige knaap werd uit de bus geslingerd en kwam voor op de locomotief bij bewustzijn. Hij kwam er van af met een paar schrammen en kneuzingen.
De buschauffeur heeft zich in zijn doodsangst kunnen vastgrijpen aan de rechterlantaarn van de locomotief en heeft zich zo honderd meter laten meesleuren, voor de trein tot stilstand kwam. Hij overleefde het ongeluk.
De bus reed parallel aan het spoor en daardoor kon de chauffeur de van achteren naderende trein niet zien komen voor de bus links af sloeg.
Uiteindelijk bereikte de trein met drie kwartier vertraging het Nijmeegse station.
Spoorbomen stonden open maar NS ging niet vrijuit
Oorzaak van de ramp waren de openstaande spoorbomen, die de overwegwachteres had moeten sluiten. In de pers werd het al snel voor de moeder van twaalf kinderen opgenomen: “Is het geen onverantwoordelijke daad van de zijde van de Nederlandsche Spoorwegen, om de bewaking van dezen drukken overweg aan een moeder van twaalf kinderen toe te vertrouwen?”
De 49-jarige, ziekelijke vrouw werkte als 26 jaar als wachteres. Zij was rond 13:00 uur een boterham aan het eten en had een van haar dochters op de uitkijk gezet. Door duizeligheid had de vrouw de bel ('nadering trein') niet gehoord. Toen ze de klap van het ongeluk hoorde begreep ze meteen wat er was gebeurd en viel flauw.
Haar werkgever was op de hoogte van haar zwakke gezondheid. De diensten van twaalf uur waren haar te zwaar. Daarom had haar man al meerdere keren om overplaatsing naar een lichtere post gevraagd. Kort voor het ongeluk bood NS een rustige post aan bij Ravenstein, maar de wachterswoning aldaar was te klein om het grote gezin te herbergen. Daarom moest het echtpaar het aanbod afslaan. In die tijd werden reeds vele posten opgeheven, waardoor het tijd kostte om een geschikte post voor het gezin te vinden. Daarnaast kon wachtpost 66 niet onbeheerd achterblijven.
Enkele maanden na het ongeluk werd de wachteres door de Roermondse rechtbank veroordeeld tot een maand gevangenisstraf wegens 'het doen ontstaan van gevaar voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg'. De eis was drie maanden wegens dood door schuld.
De straf werd verminderd tot zeven dagen hechtenis doordat Koningin Wilhelmina gratie verleende.
Direct na het ongeluk werd de vrouw door NS op staande voet ontslagen. Wel werd haar pensioen toegezegd.
Intussen was het gezin van de wachteres, waarvan de man spoorwegarbeider was, overgeplaatst naar WP 56 bij Melderslo. In WP66 trok een ander spoorweggezin, en ook deze vrouw bewaakte overdag de overweg.
Een half jaar later maakte de spoorwegen het voornemen bekend om de overweg te laten vervallen en het verkeer via het verbreedde viaduct plm 1000 meter noordelijk te leiden (viaduct in de weg Horsterweg/ Raaieind)
terug naar het historisch menu |
 |
 |
 |
 |
|