|
De Maaslijn in de Tweede Wereldoorlog
De Maaslijn én de regio hebben een bewogen geschiedenis tussen 1940 en 1945. Verspreid over de literatuur is eea te vinden, waarbij in ieder werk vaak slechts een enkel aspect of opmerking te vinden is. Op basis van die literatuur
én op basis van gesprekken is getracht om een 'totaalplaatje' te laten ontstaan.
Degene die aanvullingen kent of onjuistheden opmerkt die mag ze mailen!
NB: Wellicht wordt in de toekomst deze 'reconstructie' aangevuld met het zuidelijke deel van de Maaslijn, dwz Venlo - Roermond (het 'Staatslijn E - gedeelte'). Daarover is eea aan 'spoorse' informatie bekend, maar (nog) niet voldoende om daarover een zo volledig mogelijk verhaal neer te zetten. Dit alles onder het nodige voorbehoud want het verzamelen én verifieren van de informatie is zeer tijdrovend en gevoelig.
Foto's: Aanklikbaar. De bron wordt weergegeven wanneer deze bekend is.
De foto's zijn bewust in een lage resolutie aangeboden. Zij kunnen daardoor nooit het origineel volledig vervangen, waardoor dat zijn waarde blijft houden voor de eigenaar. Het is nl niet de intentie om mogelijk auteursrecht te schenden. Wanneer zich tussen de afbeeldingen op deze pagina een foto bevindt waarop u meent het auteursrecht te hebben, kunt u contact opnemen met de beheerder van deze site.

Pantsertrein Mill, 10 mei 1940

Monument ter herinnering aan de Slag bij Mill. (NB de aspergeversterking staat 180 gr. verkeerd om)

10 Mei 1940: De Mookse Maasbrug wordt door de Nederlandse troepen opgeblazen.
Foto: Foto Archief Dienst

Herstel Maasbrug bij Mook, 1940
Foto: Regionaal Archief Nijmegen

Maasbruggen, Venlo, 1940

Juli 1940, noodbrug bij Venlo:
ontsporing

Drie oorlogsgraven van Nederlandse militairen in Katwijk. |
Op 10 mei 1940 begon de Duitse inval in Nederland. Daarbij was Zuid-Nederland speciaal van belang, om zo snel mogelijk de Franse stellingen te bereiken, de geallieerde strijdkrachten te vernietigen, en de nodige basis te veroveren om een aanval met lucht- en zeestrijdkrachten te doen op Groot-Brittannië. Ook zou zo het vitale Ruhrgebied beter tegen vijandelijke acties te beschermen zijn.
De inval en de Maasbruggen
Bij de inval stuitten de Duitsers bijna direct op de eerste Nederlandse verdedigingslinie: de Maas-Ijssellinie. Het veroveren van de Maasbruggen was van het grootste belang.
Dat lukte niet bij oa Roermond en Venlo. Deze bruggen werden door de Nederlandse verdediging tijdig opgeblazen.
Bij Gennep lukte dat echter wel door list en bedrog. De spoorbrug viel onbeschadigd in Duitse handen. Helaas voert het gedetailleerde verhaal over de Gennepse spoorbrug te ver af van het onderwerp (de Maaslijn). Zo veel is daarover te zeggen, dat het lukte om met een pantsertrein én een daaropvolgende troepentrein over de Gennepse brug te komen, en door te stoten naar de tweede Nederlandse verdedigingslinie: De Peel-Raamstelling nabij Mill.
Ook deze stelling werd gebroken door de Duitse pantsertrein. Toen de trein terug reed om troepenversterkingen te halen, hadden de Nederlanders zgn 'aspergeversterkingen' tussen de rails geplaatst, waardoor de trein ontspoorde. Er volgde een zware slag om Mill, waarbij het dorp niet gespaard bleef.
Meer over de strijd bij Mill (incl foto's) hier.
In de NPS-serie 'De oorlog' wordt de achtergrond van de overval bij Gennep en de strijd bij Mill uiteengezet.
Ook tussen Mook en Middelaar poogden de Duitsers over de Maas te komen. Er werd hevig gestreden direct ten zuiden van de Mooks / Katwijkse spoorbrug. De Nederlandse stellingen op de westoever kwamen onder zwaar vuur te liggen. Een monument in Katwijk herinnert aan deze strijd.
De spoorbrug bij Mook/Katwijk werd echter tijdig opgeblazen door de Nederlandse troepen. De twee zuidelijke grote brugdelen (boogbrug-delen) werden daarbij vernield. Ook het vierhonderd meter zuidelijker gelegen spoorviaduct over de weg Katwijk – Linden werd vernield. Dit hinderde de Duitse opmars maar weinig. Binnen enkele uren bouwden de Duitsers een noodbrug op enkele honderden meters afstand van de opgeblazen spoorbrug (alleen voor wegverkeer).
Vanaf juni 1940 reden de treinen van Nijmegen naar het heropende station van Mook (gesloten in '38). Daar stapte men over in een bus, die via een pont naar Cuijk reed. Vanaf Cuijk kon men weer per spoor naar Venlo reizen doordat de Maasbrug bij Venlo in de tussentijd was hersteld. Naast de – tijdelijke – heropening van station Mook werden ook de stations Vierlingsbeek en Meerlo-Tienray heropend (alle drie gesloten in 1938). Op de herstelde Maasbrug bij Venlo (begin juli 1940) ontspoorde op de brug een locomotief (een zgn 'Kikker') met twee platte wagens. Op de laatste wagen stond een bouwkraan. Deze wagen stortte aan de Blerickse zijde naar beneden. Vier arbeiders kwamen om het leven, zes anderen raakten zwaar gewond.
Vijf haltes langs 'de heilige lijn' die alleen nog voor goederenverkeer werden gebruikt, werden in 1940 definitief gesloten en afgebroken. Dit betrof Beugen-Rijkevoort, Grubbenvorst, Maashees-Smakt, Oirlo-Castenray en Sambeek.
MBS krijgt extra verkeer
Het doorgaande verkeer tussen Nijmegen en Venlo werd voorlopig verlegd naar de trams van de Maas Buurt Spoorweg op de oostelijke Maasoever. Dat had zijn beperkingen, want het spoorviaduct in de st. Annastraat te Nijmegen was vernield, waardoor de MBS niet meer kon doorrijden naar het Nijmeegse station, maar op de st. Annastraat kop moest maken.
Ook een deel van het kolenvervoer tussen de Limburgse mijnen en de Noordelijke provincies ging over de MBS-lijn. De MBS-infrastuctuur in Nijmegen was niet berekend op treinen van 25 - 40 kolenwagens. Het duurde daardoor uren voor de volle kolentrein en de 'lege bakken trein' die retour ging, van plaats waren gewisseld.
|

1942: De MBS-tram in Nijmegen.
Foto: gennepnu.nl

Gennep, 1942. Dieseltram DIII kruist met 2 wagons de spoorlijn. Foto: gennepnu.nl

Kruispunt Beugen, 1941. locomotief uit de serie 1600 richting Venlo (boven) en trein 813 getrokken door een loc uit de serie 1700/1800 richting Gennep.
Foto: Utr. Archief

Beugen Aansluiting (km 34.2):
-
Instapplaats voor reizigers uit het Zuiden die mee moesten met de arbeiderstrein Nijmegen - Gennep - Goch.
- Hier werd in 1941 spoor 2 en 3 gevorderd door de Duitsers. Aansluiting naar NBDS-lijn werd sterk vereenvoudigd.
-Links op de foto was het eindpunt van spoor 2 en 3.
|
Herstel van de Maasbruggen en hervatting van de treindienst
Het kolenvervoer naar het Noorden maakte spoedig herstel van de Mookse spoorbrug noodzakelijk. Nieuw materiaal voor het herstel was echter niet voorhanden. Met kunst- en vliegwerk werd een provisorische brug gebouwd van de niet beschadigde brugdelen, aangevuld met bruggen die van elders afkomstig waren (van de Beerse overlaat). Dat maakte doorgaand treinverkeer op de Maaslijn weer mogelijk vanaf oktober 1940.
De stations Mook-Molenhoek en Meerlo-Tienray gingen weer dicht; Vierlingsbeek bleef geopend.
De vooroorlogse exprestreinen tussen Maastricht/Heerlen en Amsterdam via de Maaslijn keerden niet terug. De enige doorgaande trein – van vier treinen in totaal - was een trein tussen Haanrade en Amsterdam (Haanrade was het grensstation tussen Heerlen en Aachen).
De ingeperkte dienstregeling (ingang: najaar '40) kende vier treinen per dag in beide richtingen. In 1939 waren er dat nog tien.
Behalve die ene doorgaande trein werd alleen nog tussen Roermond en Nijmegen gereden. Kruisingen waren in Cuijk (1x) en Vierlingsbeek (1x). Twee treinen kruisten niet.
Extra 'arbeiderstreinen'
Daarnaast reden extra 'arbeiderstreinen', die niet in de reguliere reizigersdienstregeling voorkwamen. Op beperkte schaal gebruikten ook andere reizigers deze treinen.
Een van die treinen reed op werkdagen van Nijmegen via Beugen-Aansluiting / Gennep naar Goch (v.v). Deze trein bestond uit twee 3e klasse rijtuigen.
Wilde men uit zuidelijke richting met deze trein mee, dan nam men de reguliere trein tot Kruispunt Beugen. Daar stapte men uit en liep een dikke kilometer in noordelijke richting. Daar ( = Beugen Aansluiting) stapte men in in de trein richting Gennep.
Beugen Aansluiting is niet hetzelfde als Kruispunt Beugen. Beugen Aansluiting was de seinpost aan het begin van het aansluitspoor naar de NBDS-lijn (voor kenners van het gebied: 3 a 400 meter ten zuiden van de huidige overweg aan de Hertraksestraat).
Deze arbeiderstrein Nijmegen - Beugen Asl / Gennep - Goch was bekend als het zgn 'botertreintje', waarmee menig Nederlandse reiziger boter naar Duitsland smokkelde als bijverdienste. De boter werd verstopt achter deur- en wandpanelen. Maar het bleef niet altijd onopgemerkt...
(NB: de oorlogsjaren zijn de enige jaren geweest waarin personenverkeer heeft gereden via de aansluitlijn.)
Ook tussen Nijmegen en Venlo reed vanaf augustus 1940 dagelijks een 'arbeiderstrein' om arbeiders uit de regio Nijmegen naar Venlo te brengen, die daar werkten aan het in aanleg zijnde vliegveld. Deze trein stopte in het begin op geen enkele van de tussengelegen stations; later weer wel.
Oorlogsdienstregeling had andere basis
De oorlogsdienstregeling kende een volledig andere grondslag dan de 'normale' dienstregeling. Voorheen waren de behoeften van de reizigers (forensen etc) de basis voor de dienstregeling. In de oorlog werd de treinenloop bepaald door spoortechnische omstandigheden, bijv de beschikbaarheid van locomotieven en wagens. De dieseltractie was immers stilgelegd, en transporten van de Wehrmacht kregen voorrang boven reizigersvervoer.
MBS: dieseltrams aan de kant
Bij de MBS herrees in de zomer van 1940 de stoomtractie. Sinds 1933 reden er dieselelectrische trams, maar door brandstofschaarste moest men nu omzien naar de stoomloks, die de MBS goed geconserveerd had opgeborgen. Later slaagde men er toch in, om met houtgas-installaties de dieseltrams toch aan de praat te krijgen.
Tractie in de oorlogsjaren
De depôts Venlo en Nijmegen zorgden ook in de oorlog voor de tractie op de Maaslijn. Onderstaande info is slechts een greep uit de informatie, maar geeft wel een idee.
Voor de de kolentreinen van Susteren via de Maaslijn naar Zwolle Rangeerstation hadden Venlo en Nijmegen een aantal locomotieven uit de serie 4600 ter beschikking, net zoals in de jaren '30.
In de eerste oorlogsjaren bleef dit onveranderd. Later werden zij vervangen door locs uit de 3700-serie. De Nijmeegse 4600-en werden toen (verplicht) verhuurd aan de Deutsche Reichsbahn.
- Tractie: Depôt Nijmegen
Net zoals Venlo en Roermond moest Nijmegen als grensdepôt lokomotieven leveren voor het reguliere- en het Wehrmachtverkeer naar Duitsland. Nederlandse lokomotieven kwamen tot ver over de grens. Een paar voorbeelden uit depôt Nijmegen: In de Duitse dienst reden in 1942 een 1600, zes 3700'en en twee 5500'en. De 5500 reed op de oude NBDS-lijn, en vervolgens tot Wesel. Ook de 3700'en reden op de NBDS-lijn vanaf Boxtel tot aan Keulen.
Voor personentreinen op de Maaslijn had Nijmegen de beschikking over een aantal 2100-en. Vanaf 1943 werden de treinen echter gereden door 3700-en. De 2100-en verdwenen naar elders.
De buurtgoederentrein op de Maaslijn werd met de serie 1600 gereden.
Een aantal Nijmeegse 1600-en zorgden voor de personentreinen Gennep - Boxtel en voor rangeerwerk tbv de Wehrmacht in Uden (aanleg vliegveld Volkel).
Op de NBDS-lijn verschenen - na jaren van afwezigheid - weer een aantal 'Blauwe Brabanders' (NS serie 3500), mede door het intensieve gebruik van die lijn voor Duitse Wehrmacht transporten. Ook bleek de bezetter een voorliefde te hebben om op die lijn de gestroomlijnde lokomotieven van de serie 3800 in te zetten voor de eigen transporten. De series 3500 en 3800 kwamen echter niet van depôt Nijmegen maar van elders.
- Tractie: Depôt Venlo
Op de Duitse baanvakken rijden in 1942 vanuit Venlo: twee 6000'en, twee 5500'en, vier 4600'en en een 3700. Later wordt een Franse lok daaraan toegevoegd voor het rangeren in Kaldenkirchen: de 130C166. De 4600'en reden op de NBDS-lijn van Boxtel tot Keulen; andere loks kwamen van Venlo tot Wesel of Krefeld.
- Tractie: Depôt Roermond
Het reeds gesloten depôt Roermond werd door de Duitsers heropend voor uitsluitend Duitse diensten (werkliedentreinen en Wehrmachtstreinen). Roermond moest de tractie leveren voor de Ijzeren Rijn van Dalheim (D) tot Hamont (B). Ook moesten personendiensten in Duitsland worden gereden met Nederlandse loks, bijvoorbeeld Dalheim - Jülich/Düren en Dalheim - Mönchengladbach. Ook werd Keulen aangedaan door loks uit Roermond.
Voor deze Duitse diensten werden aan Roermond toebedeeld (stand: 1942): een 6000, twee 3800'en en twee 4600'en.
Duitse vorderingen van bovenbouwmateriaal
In 1941 eisten de Duitsers voor de eerste maal het leveren van bovenbouwmateriaal (bielzen en rails), dat aan het Oostfront herbruikt zou worden. Een aantal baanvakken werd volledig opgebroken, anderen werden enkelsporig gemaakt. Ook aansluitingen en emplacementen die weinig werden gebruikt, werden opgebroken om aan de Duitse vorderingen te voldoen.
Op de Maaslijn (en omgevend spoor) betrof dit een aantal aansluitingen en emplacementen. Maar de schade viel mee ten opzichte van spoorlijnen elders: -Beugen Aansluiting: zijspoor 3 met twee wissels en twee ontspoortongen (0,54 kilometer). Ook spoor 2 en de wissels 1, 12, 4 en 42 werden afgevoerd. De aansluiting naar de NBDS-lijn werd verlegd. -Beugen (200 meter). Oeffelt (320 meter). Gennep (130 meter). Venlo (in totaal 1,2 kilometer). Iets later stond ook het emplacement van Haps op de lijst van afbraak.
In 1944 werd het opbreken van het tweede spoor tussen Nijmegen en Mook geeist om met het materiaal gebombardeerde emplacementen in Duitsland te repareren.
Onduidelijk is of het tweede Maaslijn-spoor daadwerkelijk werd opgebroken. Redenen: Er is geen definitieve bevestiging over de afbraak te vinden, de NS reageerde traag op de Duitse eisen, en de op handen zijnde operatie Market Garden (september '44) waardoor de Duitsers uit de regio Nijmegen werden verdreven. |

NS-serie 4600, trekkracht van de kolentreinen Susteren - Maaslijn - Zwolle

Locomotiefloods Nijmegen, 1935. Foto: Utr. Archief
|
Stoomlocomotief nr. 1775 (serie 1700/1800) van de N.S. tijdens het overnemen van reizigers van een gestrande trein na een botsing bij Maashees-Smakt, 12 maart 1943. Bron: Utr. Archief |
Ongelukken
In 1943 vonden er bij Smakt twee ongelukken plaats binnen tien dagen.
Van het eerste ongeluk is (nog) niet meer bekend dan de tekst bij nevenstaande foto.
Op 22 maart 1943 botsten 's nachts twee treinen frontaal op elkaar tussen Vierlingsbeek en Venray. Dit gebeurde tussen kilometer 51 en 52, ter hoogte van de overweg aan de Loobeek, ten zuiden van Smakt.
De oorzaak was een fout van een seinhuiswachter in Vierlingsbeek. Hij realiseerde zich zijn fout en belde met station Venray om zo te proberen de tegentrein nog tegen te houden. Maar die was al uit Venray vertrokken. Ook werd de tussenliggende halte Maashees - Smakt gebeld, maar daar nam men niet op. Men kon slechts nog wachten op de klap.
Bij de frontale botsing raakten een machinist en twee leerling-machinisten gewond. Beide locomotieven – de 3721 en de 3761 van depôt Venlo – zeven kolenwagens van de ene trein en vijf goederenwagens van de andere trein raakten zwaar beschadigd. Het opruimen van de ravage duurde ongeveer een dag.
Tussen Kruispunt Beugen en Oeffelt (spoor: Boxtel - Gennep - Goch) botsten twee Duitse militaire treinen frontaal op elkaar in de nacht van 29 juli 1940.
Een trein uit westelijke richting (met de 2114 en de 3932) naderde Kruispunt Beugen. Daar zou eigenlijk gekruisd moeten worden met een trein uit oostelijke richting (trekkracht: 3932).
Op station Kruispunt Beugen zag de leerling-machinist van de eerste trein een rood sein aan voor een groen (achteraf gezien om begrijpelijke factoren), waardoor de langzaam rijdende trein verder reed in oostelijke richting.
Met hoorns, fluit- en lichtsignalen trachtte het stationspersoneel nog duidelijk te maken dat gestopt moest worden. Het had geen effect; de trein reed verder en trok op.
Op dat moment was de trein uit oostelijke richting station Oeffelt al gepasseerd.
Toen de eerste trein slechts een kilometer verder was, zag de machinist stoomwolken uit oostelijke richting, waarop hij een remming inzette. Maar een frontale botsing kon niet worden voorkomen. Zes Duitse militairen kwamen om het leven, 34 raakten zwaargewond. Onder het NS-personeel vielen twee gewonden. |
 |
Sabotage en verzet
Tijdens de bezetting werd het spoorwegpersoneel gedwongen te werken. Bij werkweigering werd men standrechtelijk doodgeschoten.
Ook langs de Maaslijn werd verzet geboden. Het spoorwegpersoneel in o.a. Cuijk hield zich bezig met sabotage-activiteiten. Er werd zand in de smeerpunten van de locomotieven gestrooid zodat men naderhand een 'vastloper' kreeg en niet verder kon rijden. Doordat het enige tijd duurde voor een machine 'warm liep', was niet na te gaan waar of door wie dit verzet werd gepleegd.
Ook
werden er zakken tarwe uit wagons gestolen (dat vervolgens in het ondergrondse circuit werd verdeeld). Treinen werden zo lang mogelijk opgehouden op de stations.
Een frappant staaltje van wat NS-mannen aandurfden, speelde zich af in Gennep. Daar kwam een 'Beutezug' voor de 'Heimat' aan. Onverstoorbaar koppelde de Gennepse stationschef een wagon gevuld met dieselolie af, en dirigeerde die naar een losspoor van de MBS om die wagon vervolgens daar over te tanken.
In verschillende wachterswoningen langs de Maaslijn werden langere tijd onderduikers gehuisvest, o.a. in post 23 aan de Beerseweg en post 21 aan de Galberg in Cuijk. (N.B.: Na de oorlog werden deze spoormensen geëerd met de Verzetsmedaille van de Spoorwegen voor het onderdak bieden aan onderduikers. Ook werden eremedailles in de Orde van Oranje Nassau uitgedeeld.)
Na het uitbreken van de spoorwegstaking (17 september '44) doken veel NS'ers van depot Venlo en van Dienst Weg en Werken onder in de Peel. Doordat zij in bezit waren van de juiste gereedschappen, verrichten zij vaak sabotage aan de lijn Venlo - Eindhoven. Eind september hield de Waffen SS nog een razzia in de Peel, waarbij onderduikers en NS'ers werden opgepakt. |
| |
| |
| |
 Voltreffer op de voetgangerstunnel, waarin veel reizigers dachten te schuilen. Foto: Reg Archief Nijmegen.

Voltreffer op gereedstaande trein. Foto: Reg archief Nijmegen.
|
Nijmegen per vergissing gebombardeerd
Nijmegen werd op 22 februari 1944 'per vergissing' gebombardeerd door de Amerikanen. Zij waren in de veronderstelling dat zij Kleve bombardeerden.
In Nijmegen vielen meer dan 800 doden te betreuren. Bijna 1300 panden werden vernield en nog eens 1000 raakten beschadigd.
Het Nijmeegse stationsgebouw uit 1894 kreeg meerdere voltreffers. Aan de zuidelijke vleugel werden de beide wachtkamers, de kapperszaak en de lokalen van de douane door brand vernield. Ook de goederenloods werd vernield. Het eerste perron kreeg verschillende treffers, evenals de sporen langs het eerste perron.
Op perron I stond een electrisch treinstel (met reizigers) klaar voor vertrek naar Amsterdam. Dit treinstel werd in het midden getroffen.
Een andere bom kwam precies terecht op de voetgangerstunnel, waarin veel reizigers een veilig heenkomen hadden gezocht.
Bij het bombardement kwamen 70 reizigers om het leven, 41 raakten zwaar gewond. Elf NS-ers verloren het leven, evenals acht medewerkers van de Maas Buurt Spoorweg.
Ook op het stationsplein lagen tientallen doden en gewonden.
|
Brief over een treinbeschieting van de (NSB-)burgemeester van Cuijk aan het Bureau
voor Luchtbescherming,
Den Haag.
Bron: Foto Archief Dienst, Cuijk |
Treinbeschietingen
Vanaf 1944 werden de treinen in heel Nederland dagelijks beschoten. Doel daarvan was om het de Duitsers zo moeilijk mogelijk te maken. Effect hebben de beschietingen pas vanaf september doordat de beschietingen heftiger worden.
Om het stationspersoneel bescherming te bieden werden de bureaus van de stationsgebouwen langs de Maaslijn ‘ommuurd’ met spoorbielzen tot een hoogte van ongeveer twee meter. In die extra ommuring waren kijkgaten gemaakt zodat het spoorwegpersoneel kon zien wat er op de stations gebeurde.
De machinistenhuizen werden voorzien van pantserplaten om de machinist en de stoker enigszins te beschermen. Want de locomotief was altijd het doelwit.
Was er luchtalarm, dan ging op alle stations en seinposten een gele vlag ('Sein Lodewijk') uit, zodat het treinpersoneel op zijn hoede was.
Op 14 juni werd kort voor de Maasbrug bij Katwijk een goederentrein beschoten. De locomotief kreeg een voltreffer. Machinist en leerling-machinist raken gewond. De trein werd later opgeduwd naar Mook.
Op15 augustus beschoten vier vliegtuigen een trein tussen Boxmeer en Beugen.
Op 10 september werden bij Klein-Oirlo en Meerlo-Tienray Duitse militaire treinen beschoten.
Op 11 september werd daarom ‘tot nader order’ het reizigersvervoer tussen Nijmegen en Venlo gestaakt. Ander treinverkeer was nog mogelijk.
13 september: Treinbeschieting bij Mook (drie locomotieven beschadigd), gevolgd door een beschieting tussen Cuijk en Mook (loc beschadigd, maar loopbaar).
Volgens senior-inwoners van Cuijk heeft er bij het station in '44 een Duitse munitietrein bestaande uit vijftig wagons gestaan. Hoewel Britse jagers deze trein, die onder andere V1-raketten aan boord had, constant in de gaten hielden is het niet tot beschietingen gekomen. De gevolgen van een beschieting zouden niet te overzien zijn geweest.
In september '44 volgden de gebeurtenissen elkaar snel op. Zo kwamen op 9 september in Cuijk 600 S.A.-mannen aan met goederentreinen, die aan de oostkant van de Maas verdedigingswerken aan moesten leggen.
|

Liberty Park, Overloon

Oorlogskerkhof, Overloon |
Slag bij Overloon
Op 17 september brak in Nederland de algehele spoorwegstaking uit. Daarom regelde de Duitse Wehrmacht het vervoer op de Maaslijn via de Reichsbahndirektion Köln. Dat gold voor oa de baanvakken Roermond-Venlo en Venlo-Venray. Gemiddeld reden de Duitsers tien treinen per dag. Dit betrof alleen troepen-, brandstof- en munitietreinen die nodig waren voor het Duitse oorlogsapparaat.
Het vervoer onder Duitse regie eindigde op 27 september; de Slag bij Overloon begon.
Overloon werd daarbij volledig verwoest. De inwoners evacueerden naar Venray. Maar ook daar waren zij hun leven niet zeker. Dagenlang werd in en om Venray verbitterd gevochten. Van de tweeduizend woningen werd meer dan de helft verwoest of zwaar beschadigd. Na deze verwoesting en bevrijding werd Venray geëvacueerd.
De Duitsers en de geallieerden evacueerden ook andere dorpen tussen Peel en Maas. De Duitsers evacueerden de inwoners naar het oosten en van daaruit naar noord-Nederland. Om een idee te geven van de omvang: Tussen Mook en Roermond werden op de oostelijke Maasoever alleen al 60.000 mensen geevacueerd.
De geallieerden stuurden de inwoners in westelijke richting.
Evacuatie op de westelijke Maasoever trof o.a. Vierlingsbeek, Smakt, Holthees, Maashees, Lottum, Grubbenvorst en iets later ook Boxmeer.
Het hele gebied werd in de herfst/winter 44/45 door vriend en vijand grondig uitgeroofd, geplunderd en vernield.
Ook aan de Duitse zijde van de grens werd de bevolking geevacueerd. Eerst door de Duitsers, en tijdens de operatie 'Veritable' (febr. '45) ook door de geallieerden. |
Stationsgebouw Vierlings-
beek vernield, 27 sept. '44

Vernielde wachterswoning
bij Oostrum, 1944

25 nov. '44: De Duitsers
blazen de Maasbrug bij
Venlo op incl. peilers.
Foto: Utr. Archief
|
Gevolgen voor de Maaslijn
Tijdens de Slag bij Overloon vormde het spoor tussen Smakt en Oostrum een deel van het directe front.
Het stationsgebouw van Vierlingsbeek werd op de eerste dag van de Slag (27 sept) volledig vernield.
Begin oktober bliezen de Duitsers in Vierlingsbeek de watertoren, twee watertanks en vijftien wissels op (4 en 8 okt).
In Oostrum (Venray) bliezen zij nóg eens tien wissels op (8 okt). Rails, grotere en kleinere bruggen moesten er aan geloven. Ook het stationsgebouw raakte beschadigd tijdens bombardementen.
Tijdens de laatste septemberdagen wilden twee spoorwegmedewerkers uit Boxmeer een kijkje gaan nemen in Vierlingsbeek. Daartoe reden zij met de Boxmeerse locomotor ('Sik') in zuidelijke richting. Tussen Vortum-Mullem en Groeningen werden zij echter onder vuur genomen en kwamen daarbij om het leven.
Bij hun terugtocht gaven de Duitsers op 20 november het baanvak Blerick - Beugen vrij voor vernieling. Enkele dagen later rapporteerden zij aan hun meerderen elke rail te hebben opgeblazen tussen kilometer 62.0 (brug over de beek ten noorden van Meerlo-Tienray) en 75.6 (ter hoogte van de vetgasfabriek / wagenwerkplaats te Blerick).
Het spoor (plus wissels) bij station Meerlo - Tienray werd gebruikt als bouwmateriaal voor een noodbrug over de Maas, zodat de Duitsers tanks en vrachtwagens naar de oostoever konden brengen.
De schade aan het seinwezen werd geschat op 200.000 gulden.
Na de Slag wilden de Engelsen zo snel mogelijk oprukken naar Venlo om daar de Duitsers te verdrijven. Tijdens hun opmars schoven zij met bulldozers de restanten van de spoorlijn van Vierlingsbeek tot Blerick aan de kant om er een weg van te maken voor zwaar oorlogsmaterieel. De lokale bevolking reed met paarden en karren zand aan om deze 'weg' te versterken.
Blerick werd op 3 december bevrijd. Daar werd een seinhuis totaal verwoest en een ander zwaar beschadigd. In de wagenwerkplaats waren bij de bevrijding nog bijna alle werktuigen aanwezig.
De Maasbrug bij Venlo was voor de Duitse bevoorrading ten westen van de Maas van belang. Ondanks vele pogingen slaagden de geallieerden er niet in om de brug te vernietigen. Wel werd schade aangericht, maar die was reparabel voor de Duitsers. De geallieerden wierpen letterlijk honderden bommen af om de brug te verwoesten. Daarbij veranderden het Venlose rangeerterrein en de binnenstad in ruïnes en werden veel burgerslachtoffers gemaakt.
Het zijn uiteindelijk de Duitsers die de Maasbrug (inclusief de peilers) vernietigden op 25 november.
Venlo werd pas bevrijd op 1 maart 1945. De schade aan het spoor was enorm. Opgeblazen werden onder andere 117 wissels, 12 waterkolommen, de watertoren, vier seinhuizen, drie draaischijven en drie koleninstallaties. De rechte lokomotievenloods kreeg een voltreffer, de ronde lokomotievenloods en de depotwerkplaats raakten zwaar beschadigd. Hetzelfde gold voor kantoren en magazijnen. Bijna alle werktuigen en gereedschappen waren afgevoerd naar Duitsland. Het stationsgebouw was vernield; twee goederenloodsen zwaar beschadigd. De schade aan het seinwezen werd geschat op 100.000 gulden.
Noordoost Brabant (Cuijk en omgeving) werd eind september '44 bevrijd. De Duitsers trokken zich terug op de oostoever van de Maas, van waaruit de dorpen op de westoever werden beschoten. Daardoor was het gebied weliswaar bevrijd, maar veilig was het in geen geval.
Het gebied was overdag onder controle van de geallieerden, maar 'snachts staken Duitsers de Maas over om kerktorens etc op te blazen die als uitkijkpost voor de geallieerden fungeerden. Tijdens een van die nachtelijke acties werd te Kruispunt Beugen het viaduct over de spoorlijn Nijmegen - Venlo opgeblazen.
In Cuijk werd de zolderetage van het station door de Amerikanen als waarnemingspost gebruikt. Dit is ook gebeurd in station Lottum, maar daar waren het de Britten. De stationsgebouwen waren de hoogste gebouwen in de buurt en boden goed zicht op wat zich in de omgeving afspeelde. |

14 sept. '44: de Mookse Maasbrug vliegt de lucht in. Het laatste originele boog-brugdeel gaat verloren.
Foto: BHIC |
Maasbruggen opnieuw opgeblazen
Om de geallieerde opmars zo veel mogelijk te vertragen bliezen de Duitsers op 14 september de Mookse spoorbrug op. Hierbij ging het enige nog originele grote brugdeel (met boog) verloren.
Enkele dagen daarna bliezen de Duitsers de spoorbrug bij Gennep op (19 september). Maar daarbij bleef het niet in Gennep. In oktober rapporteerden de Duitsers aan hun meerderen het opblazen van 22 wissels, de watertoren, een pompstation, twee waterkolommen en alle seinhuizen. Van het baanvak Gennep - Goch werd 4,5 kilometer spoor opgebroken.
|

Hawkins Link in de buurt van Middelaar.
Uit:'Krieg am Niederrhein'. Documentaire van H. Bosch en W. Haas, in opdracht van de Kreisverwaltung Kleve. |
Bevrijding van Nijmegen en zuivering van het station
Nijmegen werd eind september 1944 bevrijd, evenals Mook, Molenhoek en Groesbeek.
Station Nijmegen werd 'gezuiverd' van Duitsers door een list van drie mannen: een NS-medewerker, een man van de OrdeDienst en een Amerikaanse parachutist.
Vanuit post III namen de Duitsers iedereen onder vuur die zich op het station of emplacement bevond (Post III stond tussen de spoorbrug over de Graafseweg en het middenperron).
Omzichtig sloop het drietal naar Post T op het middenperron, vanwaar de omroepinstallatie kon worden bediend. De Amerikaan die vloeiend Duits sprak nam de microfoon. Even later schalde het uit de luidsprekers op alle perrons: "Hände hoch oder ihr stirbt alle" en hij zette zijn woorden kracht bij met een salvo uit zijn machinegeweer.
Uit allerlei hoeken vluchtten de Duitsers over het emplacement naar het Noorden. Vrij snel daarna regende het Duitse artilleriegranaten op het station en de omgeving. De Amerikaan zorgde in de tussentijd voor versterking.
Door de oprukkende geallieerden konden de vluchtende Duitsers vanaf Nijmegen niet verder rijden. Daardoor bleef in Nijmegen een groot aantal locomotieven achter van depot Nijmegen (44 stuks) en een aantal 'gastlocs' uit Limburgse depots.
Het Nijmeegse station was echter na de bevrijding volledig overbelast en lag nog binnen schootsbereik van de Duitsers. Nijmegen was frontstad tot maart 1945. Granaatvuur bleef de stad en het spoor treffen.
De geallieerde inval in het Duitse Niederrhein-gebied (Kleve, Wesel, Xanten) werd echter voorbereid en daarvoor moesten grote hoeveelheden oorlogsmaterieel aangevoerd worden.
Daarom legden de Britten twee 'omleidingsspoorlijnen' aan. De eerste liep van Wijchen naar Heumensoord (ten zuiden van Nijmegen) en maakte vanaf dat punt gebruik van de Maaslijn in de richting Mook. Dit was de 'Diversion link'.
Bij Mook takte een tweede militaire lijn af naar de grens achter Gennep, om vanaf dat punt het bestaande spoor naar Goch / Wesel te volgen. Dit was de 'Hawkins link'. Beide sporen werden in februari '45 in gebruik genomen. (NB kort na de oorlog zijn deze lijnen weer opgerold). Meer over deze lijnen.
|

1945: verwoestingen te Gennep.
Beide Foto's; Utr. Archief |
Laatste dagen van de Maas Buurt Spoorweg
De exploitatie van de tramlijn Nijmegen - Gennep - Venlo ging eind '44 met grote moeilijkheden gepaard door het oprukken van de geallieerden, en het terugtrekken van de Duitsers.
Na 'Dolle Dinsdag' (6 sept 1944) zette de directie van de MBS alle autobusdiensten stil omdat die tijdens de ritten niet meer veilig waren. Een maal per dag sukkkelde er nog een tram van Nijmegen naar Venlo:de rit van 63 kilometer duurde meer dan zes uur.
Twee weken later, na de geallieerde luchtlandingen (17 september) werd de situatie nog nijpender. Van tramverkeer kon nu helemaal geen sprake meer zijn. Het materieelpark (trams, diesel-tramstellen, autobussen) stond langs de hele lijn verspreid. De nog in Venlo aanwezige MBS-autobussen werden door de Duitsers geroofd en afgevoerd.
Langs het gehele tramlijn-traject werden alle bruggen en duikers vernield. Op zo'n dertig plaatsen bliezen de Duitsers met dynamiet de lijn op om als versperring te dienen. De rails lag immers in de Rijksweg Nijmegen - Venlo, en die weg werd zo onbruikbaar voor de tegenstander.
Na de evacuatie van Gennep in oktober '44 had de Wehrmacht er vrij spel. Alles dat bruikbaar was werd naar de 'Heimat' gebracht.
In februari '45 werd Gennep bevrijd, maar door de maandenlange beschietingen was de werkplaats getroffen, het magazijn verbrand, het hoofdbureau van de MBS zwaar beschadigd en de administratie verdwenen. Van het materieel restten slechts enkele uitgebrandde wrakken. |

|
| |
Onderstaand overzicht geeft een indruk van de situatie langs / rond de Maaslijn in de herfst / winter '44 / '45, voor zover gerelateerd aan het spoor. Duidelijk moge zijn, dat de genoemde gebeurtenissen slechts een deel zijn, en niet in tijdsvolgorde staan.
Niet vergeten mag worden dat het menselijk leed dat de inwoners van het gebied EN de militairen ondergingen, natuurlijk veel groter is dan de opsomming van een aantal feiten!
| |
Bronnen:
– Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, Ing. C. Huurman, ISBN: 90-71513-40-8
– Kruispunt Beugen, V. Freriks e.a., ISBN: 90-70336-05-7
– Als sterren van de hemel - Oorlog in het Rijk van Nijmegen, NA de Groot,
ISBN: 90-26945-87-6
– Krieg am Niederrhein. Video-documentaire van H. Bosch en W. Haas, Kreisverwaltung Kleve
– Spoor- en tramwegen (tijdschrift), 1940
– Gedenkschrift ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan van de MBS, Gennep, 1948
– Diverse uitgaves van de Peel- en Maasbode, Venray
– Diverse uitgaves van De Gelderlander
– Diverse uitgaves van Dagblad voor Noord-Limburg
– Foto Archief Dienst, Cuijk
– Interview met de heer Grens, verzetsstrijder, Cuijk
– Diverse internetsites |
|