|
Ongelukken
Zoals overal liep het op de maaslijn ook wel eens fout. Onderstaand een greep uit de ongelukken. Het overzicht is niet volledig - voor zover het ooit volledig is te maken. Zeker op de rangeerterreinen te Blerick, Roermond en Nijmegen zal gagarandeerd ooit iets mis zijn gegaan; daarover ontbreekt nog de informatie. Opvallend is het aantal ongevallen op de kruisingsstations zoals Vierlingsbeek en Lottum door verkeerde wisselstand of onjuiste seinen. Na invoering van het centraal treinleidingssysteem (CVL) in 1960 is een duidelijke afname van het aantal ongelukken te zien.
 |
1879 - 1882, Mook; Tijdens de bouw van de brug over de Maas gebeurden zeven ongelukken tussen Mook en Katwijk, waarvan drie met dodelijke afloop.
9 september 1884, Boxmeer; De directie van de Staatsspoorwegen deelt een gratificatie uit aan een machinist 'der 2. klasse' voor het opmerken van een onjuiste wisselstand en het nemen van de juiste maatregelen.
20 september 1884, Venray; Bij het station ontspoorde een goederentrein Nijmegen - Venlo. Materieel werd verbrijzeld; de lijn was versperd.
26 september 1901, Beugen; Ontsporing van een bagagewagen in een goederentrein op het stationsterrein van Beugen. De wagen werd licht beschadigd; de trein had een half uur oponthoud. Geen persoonlijke ongelukken. (Stationsterrein Beugen was het emplacement direct ten oosten van het spoorviaduct, aan de lijn Boxtel - Gennep.)
10 september 1910, Vierlingsbeek; Door een verkeerde wisselstand botste een personentrein uit Nijmegen op een stilstaande goederentrein, afkomstig vanuit Venlo. Een van de locomotieven ontspoorde. Vijf goederenwagens schoven als een harmonica in elkaar. Van de personentrein werden de bagagewagen en een derde klas wagon beschadigd. Geen persoonlijke ongelukken.
Oktober 1918, Vierlingsbeek; Door een verkeerde wisselstand loopt een goederentrein uit Venlo op enkele stilstaande goederenwagens op spoor 2. Vier wagens vliegen uit de rails. Er valt een dode te betreuren onder het spoorwegpersoneel. Aanzienlijke schade; enkele wagens moesten als afgeschreven worden beschouwd.
11 september 1920: Venray; Overwegwachteres voorkomt botsing. Tijdens het sluiten van de bomen voor een goederentrein uit zuidelijke richting zag de overwegwachteres van wachtpost 48 (op de Buus) dat vanuit Vierlingsbeek ook een trein naderde. Zij trok direct de rode vlag, waarop de machinist van de goederentrein met luide noodsignalen de trein tot stilstand bracht. De signalen werden opgepikt door de machinist van de trein uit Vierlingsbeek. Daarop zette de trein uit Vierlingsbeek terug. Deze werd stapvoets gevolgd door de goederentrein uit zuidelijke richting.
|
 |
 |
 |
 |
 |
17 september 1923, Venlo; Zestig goederenwagens komen 'los' (zonder loc) de helling afgedonderd vanaf Kaldenkirchen, daarbij steeds meer aan snelheid winnend. Ze vlogen over een draaischijf en denderden de douanekantoren van het station binnen. Muren werden verbrijzeld, de overkapping van het eerste perron kwam naar beneden over een lengte van 120 meter.
Oorzaak was zeer waarschijnlijk sabotage door de medewerkers van de Duitse spoorwegen. Indertijd - als gevolg van de Eerste Wereldoorlog - hadden de Belgen de regie van de dienst Venlo - Mönchengladbach overgenomen. Veertien wagens werden volledig vernield. Het hoofdspoor Maastricht - Nijmegen was volledig versperd.
31 december 1925, Meerlo; Tussen Meerlo - Tienray en Lottum ontspoorden enkele wagens van een goederentrein door het breken van een koppeling. De volgwagens drukten de ontspoorde wagens in elkaar als een harmonica. Reizigerstreinen reden tot aan de plaats van het ongeluk, waar zij overstapten op de trein uit de andere richting.
12 maart 1926, Maashees - Smakt; Een van de goederenwagens ontspoorde tijdens het rangeren van de wagens naar de toenmalige losplaats. De hoofdlijn was versperd, zodat de lijn tijdens de werkzaamheden werd 'opgeknipt'. Treinen reden van Nijmegen naar Maashees, en van Venlo naar Maashees. Te Maashees stapten de reizigers over.
5 november 1926, Vierlingsbeek; Enkele wagens van een goederentrein ontsporen door een verkeerde wisselstand.
26 maart 1927, Nijmegen; In de Spoorkuil reed een rangerende locomotief in op een stilstaande trein. Oorzaak was een verkeerde wisselstand.
17 februari 1928, Meerlo - Tienray; Tussen Lottum en Meerlo ontsporen drie wagens van een goederentrein. Aanzienlijke schade.
25 augustus 1928, Roermond; Noordzijde van het emplacement: Goederentrein naar Nijmegen werd in de flank aangereden door een kolentrein uit Heerlen. Vijf wagens van de trein naar Nijmegen werden uit de rails geworpen. De locomotief van de Heerlense trein raakte zwaar beschadigd. Oorzaak van het ongeluk is onbekend.
November 1930, Lottum; Een stoptrein uit richting Nijmegen botste frontaal op een stilstaande goederentrein. Er ontstond aanzienlijke schade. Oorzaak was een verkeerde wisselstand.
14 februari 1931, Blerick: Trein ramt autobus op de overweg bij post 66 aan de Grubbenvorsterweg. Vijf mensen kwamen om het leven, vijf raakten zwaar gewond en zes raakten licht gewond. Het zwaarste ongeluk op de Maaslijn. Meer hier.
December 1932, Lottum: De laatste wagen van een goederentrein ontspoort. De wagen kantelde en versperde twee sporen. Oorzaak was een verkeerde wisselstand.
November 1934, Lottum: Twee treinen botsen frontaal op elkaar. Uit Venlo was een goederentrein binnengereden op spoor 1 en stond stil. Door een verkeerde wisselstand kwam de uit Nijmegen afkomstige personentrein 2047 ook binnen op spoor 1, waardoor een frontale botsing volgde. Door de lage snelheid ontspoorden beide treinen niet, maar de locomotief van de goederentrein werd vernield. In de personentrein raakten de postbeamte en de hoofdconducteur gewond. De reizigers van de personentrein konden overstappen in de sneltrein, die 20 minuten later Lottum passeerde.
19 januari 1935, Klein-Oirlo; Tijdens het rangeren op het losspoor van de halte Oirlo-Castenray ontspoorde een wagen met een lading stro.De hoofdbaan werd versperd.
2 November 1937, Lottum: Op spoor 1 stond een goederentrein uit noordelijke richting te wachten op kruising met een goederentrein uit zuidelijke richting. De noordelijke trein was niet ver genoeg doorgereden, zodat de laatste wagen bij de wissel binnen de profielruimte van de zuidelijke trein stond. Een flankbotsing volgde, waardoor van de eerste trein de conducteurswagen en twee goederenwagens ontspoorden. De locomotief van de trein uit zuidelijke richting werd buiten dienst gesteld. De treinleider van de noordelijke trein had net de conducteurswagen verlaten, waardoor zich geen persoonlijke ongelukken voordeden.
23 November 1937, Lottum: In zware mist reed de sneltrein Amsterdam - Maastricht door een onveilig sein. De machinist zag het sein pas toen hij er vlakbij was en bracht de trein direct tot stilstand.
De sneltrein moest in Lottum kruisen met de personentrein Venlo - Nijmegen. De machinist wist dit en zette zijn sneltrein achteruit. Maar bij het passeren van het onveilige sein was hij over een wissel gereden dat al klaar lag voor de personentrein uit Venlo. Daardoor ontspoorde de laatste wagen van de sneltrein.
De personentrein uit Venlo werd gewaarschuwd, zodat deze tijdig stopte.
Vervolgens kwam uit Venlo de ongevallentrein om de sneltrein te hersporen.
3 juli 1940, Venlo; Op de herstelde Maasbrug bij Venlo ontspoorde een locomotief (een zgn 'Kikker') met twee platte wagens. Op de laatste wagen stond een bouwkraan. Deze wagen stortte aan de Blerickse zijde naar beneden. Vier arbeiders kwamen om het leven, zes anderen raakten zwaar gewond. (zie foto)
29 juli 1940, Kruispunt Beugen; Tussen Kruispunt Beugen en Oeffelt (spoor: Boxtel - Gennep - Goch) botsten's nachts twee Duitse militaire treinen frontaal op elkaar.
Een trein uit westelijke richting (met de 2114 en de 3932) naderde Kruispunt Beugen. Daar zou eigenlijk gekruisd moeten worden met een trein uit oostelijke richting (trekkracht: 3932).
Op station Kruispunt Beugen zag de leerling-machinist van de eerste trein een rood sein aan voor een groen (achteraf gezien om begrijpelijke factoren), waardoor de langzaam rijdende trein verder reed in oostelijke richting.
Met hoorns, fluit- en lichtsignalen trachtte het stationspersoneel nog duidelijk te maken dat gestopt moest worden. Het had geen effect; de trein reed verder en trok op.
Op dat moment was de trein uit oostelijke richting station Oeffelt al gepasseerd.
Toen de eerste trein slechts een kilometer verder was, zag de machinist stoomwolken uit oostelijke richting, waarop hij een remming inzette. Een frontale botsing kon niet worden voorkomen. Zes Duitse militairen kwamen om het leven, 34 raakten zwaargewond. Onder het NS-personeel vielen twee gewonden.
12 maart 1943, Smakt; Van dit ongeluk is (nog) niet meer bekend dan de tekst bij nevenstaande foto.
22 maart 1943, Smakt; 's nachts botsen twee treinen frontaal op elkaar tussen Vierlingsbeek en Venray. Dit gebeurde tussen kilometer 51 en 52, ter hoogte van de overweg aan de Loobeek, ten zuiden van Smakt.
De oorzaak was een fout van een seinhuiswachter in Vierlingsbeek. Hij realiseerde zich zijn fout en belde met station Venray om zo te proberen de tegentrein nog tegen te houden. Maar die was al uit Venray vertrokken. Ook werd de tussenliggende halte Maashees - Smakt gebeld, maar daar nam men niet op. Men kon slechts nog wachten op de klap.
Bij de frontale botsing raakten een machinist en twee leerling-machinisten gewond. Beide locomotieven – de 3721 en de 3761 van depôt Venlo – zeven kolenwagens van de ene trein en vijf goederenwagens van de andere trein raakten zwaar beschadigd. Het opruimen van de ravage duurde ongeveer een dag.
September 1944: Geallieerde vliegtuigbeschietingen op diverse plaatsen. Divers materieel en locs raakten beschadigd. Meer hier.
14 februari 1948, Vierlingsbeek; Ontsporing kolentrein tussen Holthees en Vierlingsbeek. Aanzienlijke schade.
Maart 1950, Reuver;: Goederentrein ontspoorde op het emplacement. Van een kalktrein die uit 43 wagens bestond, ontspoorden tien wagens. Een daarvan kantelde geheel, waardoor de lading kalkcement over het hele emplacement verspreid lag. Enkele andere wagens schoven in elkaar. Het spoor was over een lengte van 250 meter vernield. Oorzaak van het ongeluk: een gebroken as van een van de Franse wagens. De opruimingswerkzaamheden duurden vrij lang. Daarbij kwamen kraanwagens uit Utrecht en Eindhoven tot inzet.
Juni 1950, Klein-Oirlo; Ontsporing reizigerstrein uit Roermond. De oorzaak was waarschijnlijk de hitte, waardoor de rails uitzette. De laatste wagen ontspoorde en kantelde vervolgens. Daardoor werd ook het tweede rijtuig uit de rails getrokken. De locomotief sleurde alles tientallen meters mee voor de trein tot stilstand kwam. De lijn was over honderd meter totaal vernield.
De Nijmeegse kraanwagen, een speciale ploeg uit Venlo en Venrayse spoormensen werkten met man en macht. Binnen 24 uur kon het treinverkeer hervat worden.
Tijdens de stremming werden voor het eerst dieseltreinstellen ingezet in pendeldienst tussen Nijmegen en Venray.
1954, Boxmeer; Dieselvijf ontspoorde. Hierover is niet meer bekend dan nevenstaande foto.
1954, Venray: Treinbotsing op het nippertje voorkomen. De trein Nijmegen – Roermond wachtte op kruising met de tegentrein (Roermond – Nijmegen). De tegentrein reed door een onveilig sein, én kwam op hetzelfde spoor binnen waar de trein Nijmegen – Roermond gereed stond voor vertrek. De machinist van de eerste trein zag het aankomen, en zette zijn trein direct 'in de achteruit'. De remmen van de tegentrein weigerden echter dienst. Een botsing werd voorkomen doordat de conducteur de tegenwoordigheid van geest had om aan de noodrem te trekken. De tegenligger kwam vlak voor de trein Nijmegen – Roermond tot stilstand.
25 april 1959, Vierlingsbeek; Post I zette een wissel te vroeg om, waardoor een passerende trein ontspoorde. Geen persoonlijke ongelukken.
18 augustus 1963, Venlo; .e-loc 1116 reed onbemand op het emplacement naar Blerick over de enkelsporige Maasbrug. De seinhuiswachter zag het gebeuren en gooide een wissel om. Daardoor kwam de loc op een spoor, dat reeds was aangelegd voor de nieuwe in aanbouw zijnde spoorbrug. Op het gloednieuwe landhoofd eindigde de rails zonder stootjuk. De rijdende loc stortte acht meter omlaag en bleef in de steigers en met de neus in de straatkasseien hangen op enkele meters van de Maas. Er vielen geen gewonden. Meer info en foto's hier
7 februari 1964, Venray: Door het aflopen van een wielband ontspoorde een goederenwagen. De rails is over honderden meters vernield. Tussen Venray en Vierlingsbeek werden bussen ingezet.
1976, Venray; Trein Nijmegen - Roermond botste in volle vaart op de overweg naar Maashees op een auto. Beide inzittenden overleden ter plekke.
Twee 'bakken' van de Plan U vlogen uit de rails, waarbij een bak zich 180 graden draaide en vervolgens kantelde. De derde bak bleef in de rails staan. In de trein raakten een aantal passagiers gewond (zie foto).
10 maart 1978, Nijmegen - Heyendaal: Machinisten-cabine en eersteklas afdeling van treinstel 148 brandden geheel uit. Politie en brandweer dachten sterk aan brandstichting.
1982, Venray; Botsing op de overweg ten zuiden van het station. Daarbij ontspoorde Plan U nr 123 (zie foto).
1984, Cuijk; Locomotief 2441 ontspoorde op de industrielijn naar Katwijk. De machinist zag het stopontspoorblok bij de aansluiting naar de Maaslijn over het hoofd, als gevolg waarvan de loc uit de rails liep.
1986, Cuijk; Op het Cuijkse station vloog de motor van treinstel Plan U 134 in brand. De lokale brandweer moest eraan te pas komen. (zie foto's)
12 april 1991, Melderslo; Trein 6269 bestaande uit Plan U 143 (voor) en 114 (achter) was van Nijmegen onderweg naar Venlo. Op een overweg kwam de de trein in volle vaart in botsing met een bestelbus.
Het voorste rijtuig van de 143 (ABk; 'stuurstandwagen') ontspoorde, gleed naar rechts en kantelde dwars op het spoor. Het middelste rijtuig (het 'B-rijtuig') gleed naar links en werd deels opengescheurd door een draaistel van het voorste rijtuig (ABk). De motorwagen (mBDk) van de 143 - met daarachter de 114) reed door de snelheid en het gewicht door, en botste tegen het dwars op het spoor gekantelde eerste rijtuig (ABk). De ravage werd nog groter door brand in de ABk. Het rijtuig brandde bijna volledig uit. De brand sloeg over naar de er tegenaan gebotste mBDk. Daarvan brandde het reizigersdeel uit. Ook van het middelste rijtuig (de 'B') bleef niet meer over dan een geblakerd karkas.
De 114 werd licht beschadigd terug naar Nijmegen gesleept.
De 143 werd total loss verklaard. De wrakstukken werden van het spoor getakeld en in de volgende dagen ontdaan van nog bruikbare onderdelen. Daaronder was de motor.
Drie weken na het ongeval werd de 143 ter plekke in Melderslo gesloopt. (zie foto)
mei 1995, Mook; Door een verkeerde wisselstand schoot een trein met 110 km/u naar de nevenbaan waar een groep baanwerkers aan het werk was. Vier baanwerkers konden nog net wegspringen; drie anderen konden dat niet meer.
20 maart 2003, Roermond; Botsing tussen een goederentrein en een reizigerstrein, afkomstig uit Venlo. De Buffel botste op het emplacement op een trein van Shortlines, afkomstig uit Sittard. De machinist van de reizigerstrein overleed. De conducteur en een aantal reizigers werden gewond naar het ziekenhuis gebracht. (zie foto)
28 september 2008, Venlo; Loc 6480 en 2 andere locs reden op het emplacement door een stootblok heen. De loc vatte daarbij vlam. Deze loc trok een aantal ondergrondse kabels kapot, waardoor het spoorwegverkeer in en om Venlo enkele dagen ontregeld was. Ook een bovenleidingspaal moest eraan geloven.
Terug naar het historisch menu
BRONNEN:
- De Gelderlander, div uitgaven
- Peel- en Maasbode; div. uitgaven
- Het Vaderland, staat- en letterkundig nieuwsblad
- Venlosche Courant
- Foto Archief Dienst, Cuijk
- Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, Ing. C. Huurman, ISBN: 90-71513-40-8
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| |
|