Home
Nieuws
Toekomst Maaslijn
Materieel Maaslijn
Historie Maaslijn
! Wachterswoningen (nieuw)
! Ongelukken (nieuw)
Lottum en het spoor
1931: meest ernstige Maaslijn-ongeluk
Dina Muller, overwegwachteres
Exprestreinen op de Maaslijn
Woefelend over de Heilige Lijn
De Maaslijn in WO II
De laatste stoomtrein
Lijkwagen door tram geramd
NBDS klachtenboek
 
 
Werkzaamheden
Video's
Spoormonumenten
Venlo - Mönchen- gladbach
Nijmegen - Kleve
Contact
Links
Disclaimer
 
Dina Muller, overwegwachteres
De allerlaatste overwegwachteres van Nederland ging in 1965 te Wijlre-Gulpen met pensioen (mevr. Lemmens-Thoma). Dina Muller te Cuijk was een van de laatsten; en zeker de laatste tussen Nijmegen en Blerick. Bijna veertig jaar lang draaide Dina iedere dag de bomen dicht en open. Onder haar toeziend oog gebeurde veertig jaar geen enkel ongeluk. Een verstandig mens maakte geen ruzie met Dina, want ze stond haar vrouwtje.
Het waren andere tijden. Vijftien overwegen tussen Nijmegen en Blerick werden eind jaren '50 nog met de hand bediend. De meesten daarvan overigens vanuit de stationsgebouwen en niet vanuit een wachtpost zoals te Cuijk.
foto

Dina werd wachteres voor 35 cent per dag
Dina Muller werd geboren in een spoorweggezin. Vader was baanwerker, moeder was overwegwachteres. Het gezin woonde in wachterswoning 38 nabij Vortum – Mullem (bij km 45,2; overweg Heiweg). Het kan haast niet anders dan dat haar ouders de eersten waren die in de gloednieuwe wachterswoning kwamen te wonen.
Haar moeder moet heel wat afgeploeterd hebben want naast overwegwachteres - twaalf uur per dag - zorgde zij voor haar vijftien kinderen én hield ze een stuk grond bij. Want er moest heel wat gebeuren om zoveel kinderen groot te brengen.

Haar oudere zusters Drieka, Grada, Marie en Mina werkten al bij het spoor als overwegwachteres. Op een dag kon moeder de bel niet meer horen; het signaal om de bomen te sluiten. Moeder werd doof en daardoor afgekeurd. Dina solliciteerde en werd op haar achttiende aangenomen als hulpwachteres want de kneepjes van het vak had zij spelenderwijs als kind al geleerd. Daarvoor kreeg zij een salaris van fl 0,35 per dag.
Kort daarna kwam zij vijf jaar op wachtgeld te staan, maar in 1927 werd Dina benoemd tot wachteres te Cuijk. Zij kreeg wachtpost 23 toegewezen, net ten noorden van het station. Daar leefde en werkte zij tot haar pensionering in 1960. Het houten keetje voor de wachtpost diende als kantoor en meldingspost.
Naast de houten keet stond de grote klok ('bel' - plm 2 meter hoog) die luidde bij nadering van een trein. Dag in, dag uit bediende zij de spoorbomen van half vijf 's ochtends tot half vijf 's avonds. In het begin viel het aantal treinen nog mee, maar in de loop der jaren werden dat er steeds meer. Daardoor werd het werk zwaarder en zwaarder.
Bij haar werk droeg zij altijd haar dienstkleding: een zwarte lange mantel en een hoed met rode band.

Machinisten gooien briefjes naar Dina
Haar hele leven bleef ze ongehuwd: “Er waren vroeger genoeg wuivende leerling-machinisten, die briefjes afgooiden als zij langs reden, er zijn wel eens briefjes teruggegaan ook, geprikt aan een lange stok en de trein moest er even langzaam voor rijden”, maar Dina's hart lag bij het spoor. Daarbij speelde ook Dina's protestante afkomst een rol, waardoor het in katholiek Brabant moeilijk was een partner te vinden. Bijna onvoorstelbaar vanuit het huidig perspectief, maar het waren andere tijden!
Samen met haar zus Emma woonden de dames naar volle tevredenheid langs de baan. Aan kinderen was geen gebrek: iedere zomer was het huisje volgeboekt met logees. Ook de Cuijkse schooljeugd kende haar goed. Zij stond bekend als Tante Treintje. “Kijk, ik vertel ze alles. Wanneer het lichtje aan gaat, hoe het komt dat de bel gaat rinkelen als er een trein aan komt. Ze helpen me ook als het enigszins kan. Daardoor leren ze ook om voorzichtig te zijn. En daar gaat het me om”.

"Ik zeg: ga je terug of ik zet je terug."

“Nee, die kinderen zal niets gebeuren. Wel die fabrieksarbeiders. Die proberen er altijd tussendoor te vliegen. Ik houd m'n hart vaak vast. Maar ze gaan terug, ze gáán terug. Ik neem dat niet. Geen gevaarlijke stuntjes op mijn overweg. Ik stuur ze gewoon terug en dan hebben ze maar te gaan”.“Weet je nog wel van die NSB-er in de oorlog?” stookt zuster Emma op. “O die … Die klom gewoon over de boom heen. Stel je voor. En ik er op af. Ik zeg, ga je terug of ik zet je terug. Dat mag je niet. Eerst wou hij niet maar ik werd toch kwáád! En je zult terug, zeg ik. En hij ging”.
Iedereen in de omgeving wist het: het is beter om geen ruzie te maken met Dina. Want Dina stond haar vrouwtje. Het is niet voor niets, dat op de drukke spoorwegovergang veertig jaar lang geen enkel ongeluk is gebeurd.

"Op het kantoor van de chef komen? Ik ben net aan de schoonmaak!"

Na de oorlog kreeg zij van de NS de Medaille voor verzet. “Pheu, dat was toch onzin. Wat hebben wij nou toch voor het verzet gedaan? Niks toch. De treinen reden en ik heb gewoon de bomen dicht gedaan. Ik heb die medaille dan ook nooit gedragen. Ik weet niet eens waar-ie is.”
Toch had Dina in haar kleine wachterswoning een onderduiker. Maar het idee dat het verbergen van onderduikers iets met verzet te doen had, daar moest Dina niet aan denken.
Ze is echter erg trots op een andere onderscheiding: de eremedaille in brons, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. Op de dag van de uitreiking wilde ze haar woning niet verlaten (zij wist van niets). Slechts na lang aandringen ging ze mee toen haar werd gevraagd op het kantoor van de chef te komen. “Ik zei: ik doe het niet. Ik heb net drie dagen verlof genomen om de grote schoonmaak te doen”. Maar uiteindelijk ging ze toch.
NS liet zich op die dag niet onbetuigd. Bij de onderscheiding deden zij een vernieuwing van de woning. Het werd geschilderd en er kwamen nieuwe schoorstenen op. “Wij wonen op het mooiste punt van Cuijk” zegt Dina trots.
Dina onderbreekt het gesprek want de trein van vier uur kondigt zich aan. Dina snelt naar de handels om de bomen te laten zakken. Dan opbellen naar het station, terug naar de klok om die op te draaien. Weer kijken, een zwaai naar de machinist van de passerende trein. Opletten of de klok is uitgerinkeld en dan de bomen weer opendraaien. (*)

Afscheid van het spoor

Het werk viel haar de laatste jaren zwaarder; haar gezondheid liet haar een beetje in de steek.
Op 20 juni 1960 was het zo ver: Na bijna veertig jaar sloot Dina voor de laatste maal de spoorbomen en nam afscheid van 'haar' spoorwegovergang. De opvolgers stonden klaar: automatische spoorbomen namen het werk over.
Het afscheid bleef niet onopgemerkt. Familie, spoormensen en Cuijkenaren kwamen samen bij het spoorhuisje. Een grote groep kinderen bracht een zanghulde, als dank voor Dina's zorg bij het dagelijks passeren van de overweg. De kinderen hadden daarvoor een uurtje eerder vrij kregen van school, want Dina nam een warm plaatsje in in de Cuijkse gemeenschap. De dankbaarheid van de Cuijkse gemeenschap bleek uit de vele attenties.
Ook de plaatselijke kapelaan was van de partij, evenals de NS lijnchef D.C. van der Meer. Hij stelde vast wat het waard is een vertrouwd iemand bij een wachtpost te hebben en hij herhaalde dat er op de overweg nooit ongelukken zijn gebeurd door Dina's toewijding. Om 12:10 uur draaide Dina voor de laatste maal de bomen dicht, die voor de gelegenheid waren versierd met een boeket rozen.
De vitale 61-jarige werd op wachtgeld gesteld tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Zij ging genieten van de welverdiende rust: “Goddank, want ik ben het zat”.
Van NS mocht zij blijven wonen in haar huisje, en als ze weer eens 'de spoorkriebels' zou krijgen, dan kon ze in haar oude wachtkeet gaan zitten die als een soort serre een plek kreeg in haar tuin.
Dina Muller stierf enkele jaren later. Haar huisje, wachtpost 23, werd in de tweede helft van de jaren '80 afgebroken.

(*) Bij nadering van een trein slingerde een wachter in het station aan de handel van een dynamo en stuurde een stroom via de telegraafpalen naar de seinklok. Die begon te luiden, waardoor de overwegwachter wist dat er een trein aan kwam. In de paal van de bel zat een gewicht van plm 30 kg die langzaam naar beneden zakte. Daarom moest de klok (bel) weer worden opgedraaid na het passeren van een trein.

terug naar het historisch menu

Bron: Foto Archief Dienst, Cuijk

foto
foto
foto 
foto 
foto 
foto
foto
foto